Zanglijster, in natuur en avicultuur

De zanglijster is vrijwel door iedereen gekend. Hij wordt gesitueerd binnen het geslacht Turdinae waartoe onder meer ook de merel (Turdus merelus) behoort. Er zijn vier verschillende ondersoorten waarbij de nominaatvorm, zijnde Turdus p. philomelos, praktisch over geheel Europa voorkomt. De ondersoort Turdus p. clarkey leeft in hoofdzaak in het Verenigd Koninkrijk. De derde ondersoort, Turdus p. hebridensis, heeft zijn herkomst op de Buiten-Hebriden (dit zijn een groep eilanden voor de westkust van Schotland waarbij Skye het grootste is). De vierde en laatste ondersoort is Turdus p. nataliae die zijn herkomst heeft in Azië.

Natuur

Biotoop. De zanglijster houdt het meest van bomen en struiken, bossen en bosranden maar heeft ook oog voor akker- en weilanden. Steeds meer valt het me op dat de vogel (opnieuw) in tuinen en parken te zien is. De zanglijster heeft een zekere voorkeur voor een zachte humusrijke ondergrond. Op onze winterse voedertafel tekent hij altijd present vooral wanneer het bitterkoud is of wanneer er sneeuw ligt. De zanglijster wordt als een standvogel beschouwd maar zeker is dat er bij barre weersomstandigheden toch op zijn minst gezworven wordt op zoek naar betere oorden.

Voedsel. Van nature uit betreft het een niet kieskeurige vogel voor wat het voedsel betreft maar een vegetariër is het geenszins. Op het menu staan met stip regenwormen en huisjesslakken. Die laatste worden vaak van hun huis ontdaan op steeds weer dezelfde plaats. De restanten ervan verraden de aanwezigheid van de zanglijster. Een dergelijke plaats wordt ook een lijstersmidse genoemd. Verder eet de vogel ieder insect, iedere spin en ander gewerveld diertje als pissebed en duizendpoot. Op het einde van de zomer doet hij zich graag te goed aan fruit en bessen. De lijsterbes vormt in het najaar een belangrijke voedselbron. De zanglijster verzamelt haar voedsel, behoudens fruit, altijd op de grond.

Nestbouw. De zanglijster is een vroege broedvogel. Het eerste nest wordt vrijwel altijd laag gebouwd in een bladhoudende boom of struik omdat het anders in de nog bladerloze bomen te sterk zou opvallen voor predators als ekster (Pica pica) en Vlaamse gaai (Garrulus glandarius). Maar nog het meest opvallend aan dit nest is de binnenkant die volledig glad is en wordt gemaakt met modder en vermolmd hout. De buitenkant is vervaardigd met de traditionele nestmaterialen die de natuur te bieden heeft. We denken aan wortelvezels en takjes maar ook aan een zekere hoeveelheid mossen enz.

Eieren. Het nest wordt uitsluitend door de pop gebouwd. De man houdt zich bezig met de afbakening van het wel niet zo erg grote territorium, waar geen andere zanglijster toegelaten zal worden. Dit gebeurt onder meer door het aanhoudend zingen, vaak van op een zangpost. De pop legt van vier tot vijf eieren die een prachtige blauwe kleur bezitten waarop slechts weinig donkere stippen terug te vinden zijn. Zelf vinden we dit ei één van de meest mooie uit de Europese fauna.

Jongen. De broedtijd bedraagt veertien dagen. De eieren worden door de pop alleen uitgebroed. Wanneer ze het nest dan toch verlaat om wat te eten, zich te spoelen of te ontlasten gebeurt het dat de man toch even op het nest gaat maar nooit voor lang. De jonge zanglijsters worden de eerste dagen door de pop nog warm gehouden terwijl de man voedsel naar het nest brengt. Wanneer de juveniele vogeltjes vijf dagen oud zijn gaat ook de pop op jacht en reikt ze de jonge lijstertjes voedsel aan. De nesttijd bedraagt drie weken. De jongen worden twee weken nagevoed waarna ze zelfstandig zijn. De zanglijster heeft doorgaans van twee tot drie nesten per seizoen met vier tot vijf jongen. Maar van dit groot aantal jongen overleven er het eerste levensjaar slechts weinig. De al geciteerde ekster en gaai zijn tuk op de jonge nestvogels en velen vallen ten prooi aan verwilderde katten en andere rovers als eekhoorn en vos.

Avicultuur

Huisvesting. De zanglijster heeft een grootte van om en bij tweeëntwintig centimeter en kan dus niet meteen erg groot genoemd worden. Toch heeft deze vogel, gehouden in avicultuur, nood aan een ruimere volière met een zachte bodem. De frêle pootjes van de zanglijster zijn geenszins gemaakt om op beton te foerageren. Ideaal is een vlucht van om en bij vier meter, lichtjes beplant met een grondoppervlak bestaande uit humus of grassen die op en tijd en stond bevochtigd kunnen worden. De zanglijster is winterhard.

Dimorfisme. Het samenplaatsen van een koppel is niet zo simpel als wordt gedacht. Beide seksen lijken sprekend op elkaar en wie meerdere zanglijsters met elkaar vergelijkt zal spoedig zien dat er vaak individuele verschillen zijn tussen meerdere vogels zonder dat dit echt op enig dimorfisme wijst. Zelf zijn we ervan overtuigd dat de zang van de man het meest doorslaggevend argument is om man en pop te onderkennen.

Voedsel. De verzorging van de zanglijster is niet onoverkomelijk. In de handel zijn diverse korrelvoedingen en universeelvoeders te verkrijgen die uitstekend kunnen genoemd worden voor zowat alle lijsterachtigen. Zeker is ook dat deze vogel nooit een stukje appel of ander fruit zal afslaan. Ook bessen worden graag genuttigd. Wie composteert heeft nooit een gebrek aan kleine mestpieren (Eisenia fetida) en die worden door de zanglijster bijzonder graag opgenomen en zijn met het oog op de kweek zelfs onontbeerlijk! De zanglijster houdt verder van een uitgebreid bad, bij warm weer gebeurt dit zelfs meerdere keren daags.

Kweek. Wie met de zanglijster wil kweken moet beseffen dat er slechts één koppel per volière mag of kan gehouden worden. Net als in de natuur gaat het om een vroege broedvogel. In een conifeer of in een hoekje beslagen met takken zal de kweekrijpe pop haar nestje bouwen. De bouwmaterialen die we hiervoor ter beschikking houden zijn gelijk aan die uit de natuur. Om de pop toe te laten de nestwand te bekleden is het nodig om modder of aarde en veel water aan te bieden. Wees gerust, ze redt zichzelf. Voor de opfok van de jongen is een massa aan regenwormen nodig en dit zeker tijdens de eerste levensdagen. Voor hij die composteert is dit amper een probleem, voor de niet tuinman is het goed om weten dat er in de handel regenwormen verkocht worden (onder meer ook in visserszaken). Ook kunnen we op slakkenjacht gaan, de ouders zullen ze met dank en smaak aanvaarden. Doorgaans zullen er bij een goed voedselaanbod geen problemen zijn bij de kweek. Maar toch, met het oog op een volgende kweekronde vangen we steeds de jongen van het voorgaande nest uit. Het voorkomt veel problemen.

 

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *