Vogels uit Costa Rica, Tijgerroerdomp

Kopstudie van een tijgerroerdomp.
Jonge tijgerroerdomp.

De tijgerroerdomp [Tigrisoma mexicanum] is een vrij indrukwekkende vogel en daar zijn meerdere redenen voor. Niet alleen is hij de grootste van alle roerdompen die in Midden- en Zuid-Amerika voorkomen maar het gaat ook om een attractief gekleurde vogel, zowel in zijn jeugd- als in zijn volwassenkleed, maar ook om een soort met enkele bijzondere eigenheden.

Specifiek. Net als de Europese roerdomp dit ook kan, maakt de tijgerroerdomp een heel specifiek, verdragend geluid dat slechts wordt geuit bij dreigend gevaar waarbij komt dat dit vooral gedurende de nacht wordt gemaakt waardoor het iets mystieks krijgt. Het maakt deze vogel er nog meer bijzonder door. En nog heel speciaal lijkt ons het verenkleed te zijn van, vooral, volwassen exemplaren. Wie bijgaande foto’s beziet stelt vast dat deze roerdomp over een vrij kleurrijke en sterk getekende bevedering beschikt. De foto’s maken het ons wel makkelijk, ze zijn goed, mooi en scherp genoeg om zelfs de kleinere details van de bevedering te accentueren. De kop, met zijn lange en scherpe snavel, bewijst dat het om een reigerachtige gaat. Letten we ook op het contrasterende geel rond de onderkant van de snavel en de prachtige grijze bevedering met bruin en wit doorweven en de dwarse tekening doorheen die kleuren. En dat geel, wordt gedurende de broedtijd écht felgeel, na die periode verwatert dit naar een witgele tint. De poten kleuren grijs met een groenachtige waas. De grootte bedraagt ruim 80 centimeter en het gewicht loopt van 1000 tot zelfs 1250 gram. Nog meegeven dat er tussen man en pop geen visueel verschil bestaat.

Jonge vogel. Bij vogels is het uitzonderlijk dat jonge dieren bij de nestverlating al over hetzelfde verenkleed als hun ouders beschikken. Dit is ook hier zo maar toch wel vrij extreem. De jonge tijgerroerdomp doet zijn naam alle eer aan. Met een beetje fantasie kunnen we hier de goudgele streeptekening herkennen, een tekening die ook heel specifiek is bij dit dier.

Voedsel. Het spreekt voor zich dat het voedsel in hoofdzaak bestaat uit waterdieren en die komen in zijn natuurlijke biotoop van moeras, rivier, waterbedding talrijk voor. Met zijn scherpe snavel wordt gejaagd op vis, waterkreeft, kikker en vergelijkbare dieren maar ook worden slakken, larven, torren, libellen en kleine zoogdieren niet versmaad. Typisch voor roerdompen in het algemeen is dat er solo gejaagd wordt waarbij de vogel zich in het water stilhoudt maar heel goed weet wanneer hij moet toeslaan. Ieder hiervoor aangegeven dier dat zich te dicht in het bereik van zijn snavel bevindt wordt met een snelle en krachtige kopslag geslagen. Slechts weinigen kunnen het navertellen want doorgaans is de aanval dusdanig uitgekiend dat hij succesvol afgesloten wordt. Gevangen prooien worden met hun kop naar voor in hun geheel ingeslikt. Onverteerbaar voedsel wordt via een braakbal uitgescheiden.

Voortplanting. Als zo vaak bij vogels uit gebieden die slechts een nat- en droogseizoen kennen is een specifieke nesttijd niet écht in te schatten. Zo ook kunnen er van de tijgerroerdomp gedurende het volledige jaar wel ergens nesten met jongen aangetroffen worden. Maar wanneer er ook genesteld wordt, altijd weer wordt vastgesteld dat het nest ruim bemeten is en in hoofdzaak wordt gebouwd met takken die op elkaar worden gelegd. Zelf hebben we in Costa Rica gezien dat een nest op de grond werd gebouwd al geven diverse geraadpleegde literatuur (zie verder) aan dat de nesten zich in hoofdzaak bevinden tussen 6 en 15 meter hoogte. En die nesten zijn vrij groot, worden in hoofdzaak met takken gebouwd, waarin het wijfje van één tot drie eieren zal in leggen. Die eieren hebben een lichte tint met een vleugje groen. Naar verluidt wordt ervan af het eerste ei gebroed en de broedtijd zou rond vijfentwintig dagen liggen. Bij de geboorte bezitten juveniele vogels een grijswitte dons. Ze worden met het hiervoor aangehaalde voedsel grootgebracht. Na een nesttijd van amper drie weken wordt het nest verlaten maar vliegen is er nog niet bij. Hiervoor moet gewacht worden tot de jonge vogels vijftig tot vijfenvijftig dagen oud zijn.

Literatuur

  • Animal Diversity Web.
  • A Guide to the Birds of Mexico and Northern-Central America by Steve N. G.
  • Howell, Sophie Webb.
  • Birds of Costa Rica by Richard Garrigues and Robert Dean.
  • Diverse plaatselijke gidsen waaronder Greivin Gonzalez, mondeling.
 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

3 comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *