Vogels uit Costa-Rica, de noordelijke kuifcaracara.

De titel van dit verhaal kan verkeerdelijk de indruk wekken dat deze mooie vogel enkel zou voorkomen in Costa Rica. Dit is geenszins het geval. Zo leeft hij onder meer ook in Panama en Nicaragua (de twee buurlanden van Costa Rica) maar naar de literatuur meldt komt de noordelijke kuifcaracara ook voor in Cuba, zelfs in grote delen van de Verenigde Staten, maar ook in Peru en Brazilië. Zelfs op de Falklandeilanden zou hij aanwezig zijn. U ziet het verspreidingsgebied is niet klein.

Levenswijze. Er wordt monogaam geleefd en een eenmaal gevormd koppel blijft voor het leven bij elkaar. Een veroverd territorium wordt met hand en tand tegenover iedere mogelijke indringer verdedigd. De noordelijke kuifcaracara leeft in een uitgebreide variëteit van halfopen habitats met uitgestrekte bebouwde of braakliggende velden en ook weiden, geschikt voor de jacht, en bomen om in te nestelen. Ook langs rivieroevers is het een voorkomende soort.

Voedsel. In tegenstelling tot meerdere andere roofvogels betreft het een trage aaseter die hierbij een zekere concurrentie van de in Costa Rica alom aanwezige gieren moet dulden. Hij voedt zich in hoofdzaak op de grond, met zijn sterke poten wordt die moeiteloos opgeharkt en worden zelfs stenen weggerold en opgetild. Alles wat eetbaar is wordt genuttigd: dit gaat van kleine en grotere reptielen, over amfibieën en andere diertjes en dieren. Op de menukaart staan aldus: eekhoorns, stinkdieren, vogels en hun eieren en/of hun jongen, kikkers, padden, slangen, hagedissen, schildpadden, schaaldieren die ze aan de kust of de waterkant vinden, vissen, sprinkhanen en andere insecten waarvan de grootte de moeite waard is. Grotere gevangen dieren worden in bedwang gehouden met de poten, onmiddellijk gedood en met de haakse snavel in hapklare stukken verscheurd. De noordelijke kuifcaracara is ook een aaseter, maar eet meer van de vleesmaden dan van het rottend vlees van de karkassen waarbij er geen mee-eters of concurrenten in de nabijheid geduld worden.

Beschrijving. Grootte: ± 60 centimeter. Vleugelwijdte van 117 tot 122 centimeter. Gewicht: 1100 tot 1300 gram. Brede vleugels, die wanneer de vogel al vliegend wordt waargenomen, vijf openstaande licht gekleurde buitenste vleugelpennen toont. Vrij lange staart, ook hier zal bij een vliegende vogel de lichtgekleurde en gestreepte onderstaart opvallen. Geelgrijze poten, korte zwarte tenen met platte nagels. Lichaam, vleugels, kroon en kuif zijn donker zwartbruin tot volledig zwart. Nek en romp en de opvallende vleugelvlekjes zijn wit. Ook de staart is wit met zwarte brede dwarsstrepen en een brede top. De borst toont wit met dunne zwarte dwarsstrepen. De krachtige snavel is grijs gekleurd en bezit een vrij dikke bovenbek voorzien van een scherpe haak. De naakte wasachtige huid rond de basis van de snavel is geel tot roodoranje. De poten, die korte tenen hebben met platte klauwen, zijn geel.

Dimorfisme. Man en pop zijn uiterlijk gelijk. De juveniele vogel is bruiner, heeft een vaalgele nek, hals en keel. Zijn borst is bleekbruin met dwarse strepen en gespikkeld. Hier tonen de poten grijswit. Het gezicht is grijsachtig of mat roze purperachtig.

Voortplanting. De noordelijke caracara is buiten de broedperiode een sociale vogel die in groep de nacht doorbrengt. ’s Morgens, bij zonsopgang, zwermt de groep uit elkaar en zoekt iedere vogel zijn respectievelijke voederplaats op. Maar als de voortplantingsdrang zich laat gelden wordt hij agressiever en verdrijft hij elke indringer uit zijn territorium. Tijdens de voortplantingsperiode toont de noordelijke kuifcaracara zijn genegenheid voor de partner door, als onderdeel van de balts, herhaaldelijk de kop achterover te werpen onder het uiten van geluiden. En die geluiden zouden weleens aan de oorsprong van zijn naam kunnen liggen want het gaat om rauwe geluiden, die door de inheemse bevolking tot ‘caracara’ zouden verbasterd zijn.

Nest & eieren. De kweektijd begint in januari en februari. Man en pop maken samen het nest met dunne takken, plantenvezels, gedroogde uitwerpselen, bladeren en veren. De nestplaats, die de pop zorgvuldig heeft uitgekozen, bevindt zich op een hoogte van vijf tot acht meter in een vork van een boom. Het gebeurt ook dat een oud nest opnieuw wordt opgekalefaterd en hierna terug wordt gebruikt. Het aantal eieren dat de pop legt varieert van twee tot drie, in een zeldzaam geval vier. Opmerkelijk is dat de eieren in kleur kunnen variëren en wel van vaalgeel over wit tot bleekbruin, met donkerbruine vlekken.

Jongen. Beurtelings bebroeden man en pop de eieren die na achtentwintig tot dertig dagen kippen. De jongen worden door de oudervogels gevoed met het hiervoor aangehaalde voedsel. Ze verlaten vliegvlug tussen de zesde en de achtste week het nest en worden dan nog minstens zes weken door de ouders gevoederd en mee op jacht genomen om te leren hoe ze aan de kost kunnen komen. Er is slechts één broedsel per jaar.

Literatuur

  • Animal Diversity Web.
  • A Guide tot the Birds of Mexico and Northern-Central America by Steve N. G. Howell, Sophie Webb.
  • Birds of Costa-Rica by Richard Garrigues and Robert Dean.
 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *