Blauwe reiger [Ardea cinerea]

Vogelinfo vzw.

We geloven dat er niemand is die de blauwe reiger [Ardea cinerea] niet kent. Deze vogel van bij uitstek rivieren, plassen, beken, moerassen en andere waterwingebieden is bijzonder goed gekend wanneer er het op aankomt hem te determineren. Door de meesten onder ons kan daar nog worden aan toegevoegd dat het een viseter is, maar daar stopt het meestal bij.

Algemeen

De blauwe reiger is, ruim gemeten, een meter groot wanneer hij zit. In de vlucht lijkt hij, met zijn gestrekte poten en zijn vleugelwijdte van plusminus 180 cm, veel groter. In Europa is het de meest voorkomende reiger. Hij kan zowat in alle Europese landen opgemerkt worden met exceptie voor IJsland en het echt hoge noorden. Bij ons kan hij het volledige jaar door waargenomen worden maar in Noord- en Oost-Europa leeft hij er enkel in de zomertijd. In Zuid-Europa is het een wintergast en meerdere blauwe reigers overwinteren ook in Noord-Afrika. Beide seksen zijn door de band genomen gelijk gekleurd en getekend. In meerdere ornithologische werken wordt vaak geschreven dat de man wat groter is dan de pop en dat zijn verlengde kuifveren in de regel wat langer zijn. Maar een zeker geslachtskenmerk is dit niet. Eigen voor én man én pop is de lange S-vormige nek die op kin en keel een streeptekening bezit. En er is vanzelfsprekend de overwegend grijsblauwe kleur van de bovendelen. Op de onderdelen toont de blauwe reiger vuilwit maar de flanken en het midden van de buik tonen een zwarte kleur. De lange poten hebben een vaalgele tint en de lange, rechte snavel toont geel met een donkergrijze kleur aan de basis. Bij het vliegen worden, als gesteld, de poten gestrekt maar de lange nek wordt keurig ingetrokken. De blauwe reiger heeft een trage vlucht waarbij de grote vleugels zeer goed opvallen.

Voedsel

Het hoofdvoedsel bij de blauwe reiger bestaat uit vis en dan heel zeker tijdens de broedtijd. Maar de vogel voedt zich ook met onder meer alle soorten van amfibieën (kikker, pad, salamander …) maar net zo goed met mol, (kleine) rat en muis en verder met alle soorten waterinsecten. In de meeste gevallen wacht de blauwe reiger langs de oever van rivier of beek geduldig af tot wanneer een mogelijke prooi met de lange snavel kan gevangen worden. Ook in weiden en moerassen wordt de vogel op dezelfde manier gezien. Geduld loont vaak, en per dag vallen meerdere vissen of andere dieren ten prooi. En die prooien worden altijd volledig doorgeslikt. De niet verteerde delen verlaten het lichaam via een braakbal. De blauwe reiger slaakt een korte maar zeer rauwe klank uit die zeker geen schoonheidsprijs verdient.

Kweek

Al houdt de blauwe reiger zich buiten de broedtijd het meest als eenzaat op, dan broedt hij toch in kolonies. Reeds in februari wordt de vroegere kolonie (voor de oudere vogels) opgezocht en probeert de jonge blauwe reiger zich in een al bestaande kolonie te bevestigen. Let wel, de vogel wordt pas tijdens zijn tweede levensjaar geslachtsrijp en oudere mannen zien jonge, concurrerende mannen, niet altijd even graag komen. Het nest, dat door de beide vogels wordt gebouwd, is bijna altijd hoog in een boomtop terug te vinden. Het heeft een vrij platte constructie en wordt voornamelijk opgetrokken uit takken en gevoerd met grassen, hooi en veren. De pop legt van vier tot zes eenkleurige blauwgroene eieren waarbij moet rekening gehouden worden met het feit dat er slechts om de twee dagen een ei wordt gelegd. Omdat de reiger, man en pop, al begint te broeden vanaf het tweede of het derde ei worden de jongen niet synchroon geboren waardoor er soms ernstige verschillen kunnen zijn in grootte. De broedtijd bedraagt vijfentwintig dagen en de jonge blauwe reigers worden door man en pop gevoed die het voedsel (vis!) in het nest uitbraken waarna ze het in de snavel van de kleine jongen proppen. Worden de jongen groter dan nemen ze het zelf op. Jonge reigers zijn echte slokoppen en daaraan ligt het dat de twee kleinste/zwakste jongen vaak niet kunnen overleven. Per broedsel, slechts één per jaar, verlaten doorgaans slechts twee tot drie jongen het nest. De jonge vogels blijven een maand in het nest waarna ze zich in de nabijgelegen bomen ophouden en nagevoed worden door de ouders. Wanneer ze de leeftijd van vijftig dagen bereikt hebben worden ze geacht voor zichzelf te kunnen zorgen.

Meerdere foto’s van reigers- en andere watervogels vindt u in de fotogalerij onder watervogels.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *