‘Pura Vida, vogels uit Costa-Rica. Jacana

Jacana’s vormen een unieke familie van waadvogels die tijdens de voortplantingsperiode een zeer levendige, gekleurde bevedering hebben waarbij de kleuren zwart, roodbruin en olijf het meest voorkomen. Tijdens de broedperiode is er bij de meeste soorten een verschil in uiterlijk tussen man en pop. Buiten de broedperiode leven jacana’s in paren of in kleine groepjes. Op een paar uitzonderingen na is na de broedtijd het uiterlijk van man en pop hetzelfde.

Jacana spinoza. Wereldwijd zijn er acht verschillende jacanasoorten. In deze bijdrage beperken we ons tot de jacana [Jacana spinoza] die wordt teruggevonden vanaf de kust van West Panama noordwaarts tot in Mexico en tot net over de grens in Texas. Ook op de eilanden Cuba en Trinidad is het geen onbekende vogel. Er zouden liefst negen ondersoorten zijn.

Biotoop. Jacana’s komen voor in tropisch waterrijke gebieden met friswatermeren, aan boorden van zeer traag stromende binnenwateren, op moerasgronden, op grote vijvers en in lagunes. Zij hebben een voorkeur voor grote vlakten van stilstaand water waarvan de oppervlakte bedekt is met drijvende of vlottende grote bladeren van waterplanten, bijvoorbeeld van waterlelies en waterhyacinten waarop zij kunnen stappen, wat hen beter afgaat dan op de gewone grond.

Kenmerken. De man is 19 tot 24 cm groot en weegt ± 90 gram, het wijfje is nog iets groter en weegt ± 145 gram. De gele bek loopt door tot ver op het voorhoofd en vormt er een groot geel schild. De extreem lange poten en tenen zijn dof geel. Beide seksen hebben een kastanjekleurige rug- en vleugelbevedering en de overige bevedering is gewoon zwart. In de vlucht zijn de geelgroene vleugelpennen duidelijk te zien. Er is een lang scherp spoor op de elleboog of kromming van de vleugel. Aan de lange, knokerige poten heeft de jacana extreem lange, vingerdikke voortenen en een dito achterteen, waarmee er per voet een ruime oppervlakte kan overbrugd worden. Dankzij die ongewoon lange tenen kan er ook, zonder problemen, over drijvende bladeren van waterplanten gestapt en naar voedsel gezocht worden.

Voedsel. Jacana’s zijn overwegend vleeseters. De hoofdvoeding bestaat uit insecten die voor komen op de bovenkant of de onderkant van de bladeren van waterplanten, ook uit insecten die in of boven het water leven als daar zijn libellen. Bij het foerageren vangen ze niet alleen insecten die van boven op de waterplanten leven, maar zij draaien met hun voeten de drijvende en vlottende bladeren om, want ook daar leven er waterdiertjes. Ook trekken ze de stengels van onderwater groeiende planten boven water op zoek naar kreeften, watervlooien, waterspinnen, krabben, waterkevers, enz. Tussen de wortels ervan vinden ze niet alleen ongewervelden maar ook zaden van oever- en waterplanten al eten ze in feite geen plantaardig voedsel.

Voortplanting. Jacana’s broeden op het einde van het regenseizoen. Zeven van de acht soorten hebben een polyandrisch voortplantingssysteem, anders gezegd, de dominante wijfjes paren met meerdere mannen. Hun dominantie tonen zij door hun mannen in de nek en rug te pikken, die dan neerhurken en hun kop buigen. De mannen bouwen op drijvende vegetatie van de uitgekozen nestplaats meerdere, min of meer op het water vlottende nesten. De basis van het nest bestaat uit een dikke laag, door elkaar gevlochten dunne takjes en twijgen, die juist boven de wateroppervlakte aan de vegetatie wordt bevestigd. Het eigenlijke nest wordt met plantenstengels, vezels en groene bladeren, bijzonder van waterlelies en waterhyacinten, op die plateauvormige fundering gebouwd. Als gesteld paart het wijfje met meerdere mannen. In welk nest ze de eieren gaat leggen wordt pas laat beslist. Wat er ook van is ze legt gewoonlijk vier eieren en dan begint de zware taak van de man die volledig verantwoordelijk is voor het uitbroeden van de eieren. Niettegenstaande de goede zorgen voor hun nest gaat in het territorium meer dan de helft van het aantal eieren verloren voor de kuikens kippen. De oorzaken daarvan zijn: de voortplantingsdrang van niet gepaarde poppen uit het gebied die de territoria betreden, predatoren, het kantelen van nesten door de golven die speedboten bij het keren bij hoge snelheden verwekken, in sommige gebieden grotere wilde dieren die in de waterplaats komen drinken en baden. Als blijkt dat na een tijdje het nest instabiel dreigt te worden of dat na hevig en langdurig onweer het nest onder water komt te staan, dan rolt de man de eieren over de grote drijvende bladeren naar een naburig nest, en als dit niet mogelijk is dan klemt hij ze stuk voor stuk tussen zijn snavel en zijn kin en brengt ze zo naar een ander nest. En nog beter, de jacana heeft een een afgeplat beentje in zijn handvleugel met een naar binnen gekeerde rand waarmee hij gemakkelijk de eieren en eventueel de pas geboren kuikentjes kan opscheppen.

Kuikens. Als het broeden echter zonder storingen verloopt dan kippen de kuikens na 22 tot 26 dagen broeden allen tegelijk. De eierschelpen worden ver van de nestplaats gedumpt om de predatoren te misleiden. De man is ook verantwoordelijk voor het grootbrengen van de kuikens die op de rug en kruin met een dichte geelbruine, zwart gestreepte dons bedekt zijn en vuilwit zijn aan de onderzijde. De kuikens kunnen een uur na het kippen al lopen en zwemmen en de man volgen bij het eten zoeken. Als er gevaar is roept de man de kuikens bij zich die hun kopje omhoogsteken, hun vleugeltjes strekken boven hun rug en opgetild worden door de oudervogel en zich verstoppen onder zijn vleugels, niet volledig want hun lange poten bengelen onder het lijf van de man uit.

Literatuur

  • Animal Diversity Web.
  • A Guide to the Birds of Mexico and Northern-Central America by Steve N. G.
  • Howell, Sophie Webb.
  • Birds of Costa Rica by Richard Garrigues and Robert Dean.
  • Diverse plaatselijke gidsen, mondeling.
 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *