Prachtnectarvogel

Nectarvogels [Nectariniidae] spreken tot de verbeelding, zeker de mannelijke vogels. Hun kleurenpracht is dusdanig groot dat een beschrijving geven onmogelijk lijkt. Te meer omdat de bevedering door het invallende zonlicht op ieder moment van kleur kan veranderen. In het Engels worden die vogels ‘sunbirds’ genoemd wat naar ons aanvoelen een voortreffelijk gekozen naam is. Bij alle honingzuigers, of ‘sunbirds’ zoals u wilt, is het verschil tussen man en pop groot. En daar is een goede reden voor.

Metalliek. De bevedering van de mannelijke prachthoningzuiger [Cinnyris superbus] heeft net als die van de andere honingzuigers een metallieke kleur, of met andere woorden de bevedering gaat onder invloed van het zonlicht schitteren en zelfs van kleur veranderen. Naargelang de soort kunnen die tinten sterk verschillen maar bij de prachthoningzuiger zien we die metallieke kleur op de kop in een blauwgroene tint. De oorstreek toont zwart, en er is een metallieke groenpaarse streep die over het oog loopt. Vanaf de nek tot op de rug zien we een groene tint. De vleugels kleuren [haast] volledig zwart. Bekijken we de kin dan zien we hier een purperen kleur, terwijl de borst metaalblauw kleurt. Op de onderzijde van de borst merken we een brede rode band die een duidelijke scheiding maakt met de zwartgekleurde buik. Stuit, boven- en onderstaartdekveren zijn metaalgroen. De staartuiteinden donker. Prachtig aan deze vogel is de zwartgekleurde, vrij lange en kromgebogen snavel. Die snavelvorm komt bijzonder van pas bij het vergaren van voedsel. Het oog is donker, de poten eveneens. De grootte is circa vijftien centimeter. Voor alle duidelijkheid, en nogmaals herhaald, onder invloed van de zon kunnen de beschreven kleuren makkelijk anders lijken.

Dimorfisme. Het spreekt voor zich dat de hiervoor aangegeven beschrijving slechts van toepassing kan zijn op de man. Mocht de pop hetzelfde verenkleed bezitten dan zou het een knap opvallende vogel zijn als ze aan het broeden gaat. Op die manier wordt ook zij een markante vogel, en daardoor, een makkelijke prooi voor predatoren. Het wijfje kleurt dan ook, om die reden, volledig anders. In haar geheel heeft ze een vuil geelgroen verenkleed dat slechts een schicht is van de schoonheid van de man. Boven het oog bezit ze een kleine witte oogstreep, op de kin een kleine witgele vlek. Haar pootjes zijn iets lichter gekleurd dan die van de man.

Geluid. Een andere vorm van dimorfisme is dat de man over een mooie zang beschikt.

Afrika. Het verspreidingsgebied is niet min, de prachthoningzuiger komt voor in meerdere Afrikaanse landen waaronder Siërra-Leone, Mali, Togo, Benin, Tanzania en Liberia. Er worden vier geografische rassen [ondersoorten] beschreven. Daar in Afrika wordt er geleefd in bos, galerijwoud, savanne, mangrove, koffieplantage, maar ook in park en tuin komt deze en andere honingzuigers voor.

Voedsel. Uit de naam valt wel heel eenvoudig af te leiden waarvan de vogel leeft, honing. De lange snavel maakt het honingzuigers wel makkelijk om honing te nuttigen. En toch, honing kan wel hier heel belangrijk zijn het sluit niet uit dat er nog andere, belangrijke, voedingstoffen moeten en kunnen genuttigd worden. We doelen op kleine insecten, spinnen, slakjes, …

Voortplanting.  Specifiek voor honingzuigers is dat er een ‘hangend’ nest wordt gebouwd en dat de bouw ervan een bezigheid is die uitsluitend door de pop wordt verricht. Intussen verdedigt de man het territorium maar houdt hij zich ook bezig met het spel der verleiding. Hij benadert de broedse pop al zingend en met afhangende vleugels en gespreide staart hoopt hij haar tot een paring te verleiden. Het nest van een honingvogel wordt gemaakt van plantenvezels die geweven of samengevlochten zijn en met spinnenwebben bijeengebonden worden. De buitenkant is vernuftig gedecoreerd met kleine twijgjes, dode bladeren en stukjes korstmos.

Eieren. Met slechts één of hooguit twee eieren per nest kan het legsel bezwaarlijk groot genoemd worden. De kleur van het ei is crèmeachtig tot lichtblauw van kleur waarop donker punten en lijnen staan. Het ei of de eieren worden uitsluitend door het wijfje uitgebroed. In de meeste gevallen valt de broedende vogel op daar de lange snavel die door de nestopening steekt. De broedtijd zou zestien dagen bedragen.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

One comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *