Nestkasten

Tegenwoordig is er in Vlaanderen geen tuin meer waar geen nestkast wordt gezien. Het is een vervolg op het voederen van vogels in de winter, maar nu met het doel om een precieze vogel of bepaalde vogels in de tuin te houden. Nogal wat tuinvogels houden ervan om in een holte een al dan niet keurig nestje te bouwen. Kool- en pimpelmees zijn hiervan, niet alleen twee leuke voorbeelden, maar wellicht ook de best gekende.

Vooraf. Sedert mensenheugenis worden nestkasten gemaakt in allerhande modellen en types. Bij gebrek aan natuurlijke nestholten vallen die kastjes ook doorgaans bij nogal wat vogels in de smaak. Maar hoe beginnen we eraan? We moeten weten dat een nestkast voor een pimpelmees niet geschikt is voor een spreeuw en dat een steenuiltje een andere voorkeur heeft dan een bosuil. En natuurlijk gaan we er van uit dat we een nestkast bouwen die meerdere jaren meegaat. Duurzaam materiaal is dus een eerste aandachtspunt waarbij vuurhout een aanrader is. Het spreekt voor zich dat een dergelijke kast ook geverfd wordt en dit het liefst in een niet te opvallende kleur. Donkerbruin, donkergroen, zelfs zwart kan. Om de plankjes bij elkaar te houden worden die eerst gelijmd en dan genageld. In België regent het vaak, we zorgen ervoor dat er geen water in de kast kan sijpelen, het dakplaatje kan met een waterafstotend materiaal afgeslagen worden. Na de kweektijd moet dit kastje ook gereinigd worden. Het oude nest wordt verwijderd en de volledige nestkast wordt met kokend water en een ontsmettingsmiddel uitgewassen. Hierna kan het of, tot in het voorjaar weggeplaatst worden of, teruggehangen worden. Zelf opteren we voor die laatste mogelijkheid omdat nogal wat vogels er gedurende de winterse nachten in slapen.

Modellen. Wie geregeld tuincentra bezoekt zal zien dat er nestkasten in alle maten en modellen en in allerhande materialen worden aangeboden. Mooi zijn ze zeker, doeltreffend vaak minder. We geven hierna enkele maten op voor diverse vogels. Dit zijn echter suggesties en geen verplichtingen alhoewel de doorsnede van het invlieggat wel bepalend kan zijn.

  • Pimpelmees. Hoogte: 25 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: 2,8 cm.
  • Koolmees. Hoogte: 25 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: 3,2 cm.
  • Huismus. Hoogte: 25 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: 3,5 cm.
  • Ringmus. Hoogte: 25 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: 3,2 cm.
  • Roodborst. Hoogte: 20 cm. Grondoppervlak: 20 x 20 cm. Invlieggat: halfopen.
  • Winterkoning. Hoogte: 25 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: halfopen.
  • Spreeuw. Hoogte: 25 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: 4,5 cm.
  • Vliegenvangers. Hoogte: 20 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: halfopen.
  • Roodstaarten. Hoogte: 20 cm. Grondoppervlak: 15 x 15 cm. Invlieggat: halfopen.
  • Grote bonte specht. Hoogte: 40 cm. Grondoppervlak: 20 x 20 cm. Invlieggat: 6 cm.
  • Holenduif. Hoogte: 45 cm. Grondoppervlak: 30 x 30 cm. Invlieggat: 15 cm.
  • Kauw. Hoogte: 45 cm. Grondoppervlak: 30 x 30 cm. Invlieggat: 15 cm.

Deze lijst is uiteraard onvolledig maar geeft toch een goede indicatie hoe een nestkast er voor een bepaalde vogelsoort/soorten moet of kan uitzien.

Waar, hoe ophangen?

  • Hang, indien mogelijk, steeds de nestkast dusdanig op dat het invlieggat naar het oosten gericht is.
  • Hou rekening met mogelijke ongure tijden, het houdt in dat de kast stevig en vast moet opgehangen worden. Wiegelende of scheef gewaaide kasten nodigen niet tot nestelen uit.
  • Zorg ervoor dat het invlieggat steeds vrij is. Overhangende takken/bladeren kunnen heel storend zijn.
  • Plaats de kast dusdanig dat er geen katten of andere roofdieren bij kunnen.
  • Vermijd écht zonnige plaatsen. Het kan voor grote temperatuurschommelingen in de nestkast zorgen.
  • Hang de nestkasten lang genoeg op voorhand op. Het najaar lijkt ons hiervoor goed geschikt.
  • Hang de nestkast dusdanig dat het moeilijk valt ze te controleren. Het houdt nieuwsgierigen op afstand. Een specifieke hoogte is moeilijk te zeggen. We hebben vliegenvangers op een meter boven de grond weten wonen maar ook in een kast geplaatst op ruim twee meter hoogte. Hetzelfde geldt voor kool- en pimpelmees.
  • Hou er rekening mee dat lang niet iedere nestkast vanaf het eerste jaar bewoond wordt. Ook hier is geduld (soms) nodig.

Nestcontrole? In principe zijn we er niet voor om bewoonde nestkasten te controleren. Hoewel broedende mezen bijvoorbeeld er zich niet aan storen. Met een blazend geluid trachten ze de nieuwsgierige man/of vrouw angst in te boezemen. Zijn er jongen dan moet er naar mijn persoonlijke zienswijze zeker niet gecontroleerd worden. Het is niet alleen zeer storend maar het verhoogt de kans dat jonge, nog niet volledig bepluimde jongen, toch het nest hierdoor vroegtijdig verlaten. Zij zullen de eerste slachtoffers zijn van predatoren.

Nutteloos? Een opmerking die soms wordt gemaakt is dat het hangen van nestkasten ‘nutteloos’ is. Sommigen gaan er nog steeds van uit dat er voldoende ‘natuurlijke’ broedholten zijn. En toch, leren we bij observatie van wat er leeft in en rond de nestkast met zijn allen niet heel veel bij over vogels? Ik dacht van wel. Kunnen we niet eenvoudig observeren voor welk nestmateriaal er gekozen wordt? Bouwen én man én pop samen het nest? Wanneer begint de broedtijd precies? Hoeveel keer wordt er per uur aangevlogen met voedsel? Welk voedsel wordt er genuttigd? Hoelang blijven de jongen in het nest? Hoe zien de juveniele vogeltjes eruit wanneer het nest wordt verlaten? Blijven de jongen rond de nestkast hangen. Zo ja, voor hoelang? Kortom er zijn legio vragen die we als vogelliefhebber makkelijk zelf kunnen beantwoorden door middel van nestkasten. Neen, nutteloos is het niet!

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2020 Danny Roels

2 comments

  1. Alweer een winterwortel bij….hamertje-zaagje-boortje.
    Zullen aan vrienden en vriendinnen denken als ze bewoond worden!!!!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *