Molonetispreeuw

Naar wordt aangenomen zouden er 114 spreeuwensoorten op de wereld leven. Het spreekt voor zich dat al die soorten samen over een enorm verspreidingsgebied moeten beschikken. Op drie soorten na worden alle spreeuwen onderverdeeld in de onderfamilie ‘Sturnidae‘ waarin 26 geslachten thuishoren. Tot één van die afwijkende soorten behoort de molonetispreeuw [Scissirostrum dubium] als enige vertegenwoordiger van zijn soort.

Eigenheden. De molonetispreeuw karakteriseert zich door zijn altijd gesloten en zijdeachtige bevedering, zijn zwartgrijs glanzende kleur, de nogal zwaar gebouwde en geel gekleurde snavel en zijn gele poten met donkere nagels. En verder is er, heel specifiek, een markante oranjerode onderrug- en stuittekening die slechts bij heel weinig vogels wordt teruggevonden. De gemiddelde grootte ligt tussen achttien en twintig centimeter. Omdat man en pop hetzelfde gekleurd en getekend zijn is het onmogelijk om op het zicht een koppel samen te stellen. Gewoonlijk wordt er van uitgegaan dat de man iets groter en ook wat forsiger gebouwd is dan de pop maar dit is niet altijd een zekerheid.

Karakter. Het betreft een in de regel kalme vogel die zich in kolonieverband ophoudt. Het gaat wel om een luidruchtige soort met een hard geluid dat ook, bijna constant, tijdens het vliegen wordt geuit. Qua voeding wijkt hij niet echt af van andere spreeuwachtigen en hij kan dus bestempeld worden als een alleseter. Ook de moloneti lust dus zowel dierlijk-, plantaardig- als vruchtenvoedsel.

Herkomst. Naar de vakliteratuur meldt zou het woongebied zich alleen situeren op het eiland Celebes (Sulawesi). Maar gedane waarnemingen bewijzen dat hij ook voorkomt op de Molukken en op grotere en kleinere eilanden er omheen. Wat er ook van is, in Europa werd de spreeuw voor het eerst ingevoerd rond 1950. Later zou het tot eind de jaren zeventig en begin de jaren tachtig van de vorige eeuw duren voor hij in een grotere hoeveelheid ingevoerd werd. Ook in de jaren negentig zijn er nog importen geweest. In zijn natuurlijke biotoop blijkt het, als gesteld, om een kolonievogel te gaan. Een groep vogels zou er altijd bestaan uit een honderdtal spreeuwen die zich in de beste verstandhouding met elkaar weten te verstaan.

Voortplanting. De molonetispreeuw voelt zich in zijn thuisland zeer sterk tot de mens aangetrokken en durft dan ook zijn nestplaats in de onmiddellijke nabijheid van hem te kiezen, hoewel zijn natuurlijke drang er toch in bestaat om in bossen en plantages het nest te bouwen. De vogel bouwt dit nest in boomholten. Dit kunnen verlaten holten van specht of andere spreeuw zijn maar ook zijn er individuen die het verkiezen om zelf een holte met de grote sterke snavel te maken in vooral bomen met rottend hout. Precies omdat het een kolonievogel betreft gebeurt het dat er tientallen nesten rond één en dezelfde plaats worden gebouwd. Zoals het verder voor een spreeuw betaamt wordt de holte gevuld met plantenvezels, droge grassen en verder met alles wat maar enigszins bruikbaar kan zijn om het slordige, maar omvangrijk nest te bouwen. De balts bij deze vogel is een apart gebeuren waarbij de man de keelveren opzet en zeer hoge tonen uit. Wanneer een pop interesse voor hem toont neemt ze de paarhouding aan. Opvallend is dat deze spreeuw slechts twee eieren per nest heeft. Die twee eieren zijn lichtblauw gekleurd en tonen enkele bruine stipjes aan de onderkant. De eieren worden gelegd met een tussentijd van vierentwintig uur. Bij deze spreeuw broeden de beide seksen en de broedtijd bedraagt veertien dagen. De jonge vogels worden in het begin met een groot aantal dierlijke eiwitten grootgebracht waarna de ouders, na enkele dagen, overgaan tot de meer algemene kost. De juveniele vogels blijven drie weken in het nest en worden ook nog liefst vijf weken door de beide ouders nagevoed. In de wildbaan is er doorgaans slechts één kweekronde per jaar.

Sterk. De molonetispreeuw is een aangename en vrij sterke volièrevogel maar hij is niet opgewassen tegen vorst. Tijdens de winter heeft hij dus nood aan een binnenvolière. Eerder werd het reeds voorzichtig vermeld, de molonetispreeuw is een alleseter. De basis zal hier bestaan uit een goed universeelvoer met een dagelijkse bijvoeding van kleine dierlijke eiwitten waaronder wordt verstaan, meel- en buffaloworm, pinkie enz. Ook fruit wordt gretig opgenomen en hier is de keuze haast eindeloos. Zelfs klein keukenafval (bvb. aardappel, broodkruimels …) wordt gewaardeerd. Ook pellets worden graag gegeten. De vogel moet verder dagelijks kunnen beschikken over vers drink- en badwater. Hij baadt dagelijks, vandaar.

 

 

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.