Kuifkwartelduif [Geophaps lumifera], juweel uit Australië

Danny Roels.

De kuifkwartelduif [Geophaps plumifera] wordt in ornithologische middens tot één van de mooiste duiven ter wereld gerekend. Een ontmoeting met een dergelijke prachtvogel in zijn natuurlijke habitat blijft onvergetelijk vooral ook omdat de vogel geen angst kent. Op onze tweede Australische reis ontmoetten we deze vogel op 10 mei 2013 in het ‘Karijini National Park’ bij de ‘Joffre Fals’.

Kaneelkleurig

De kuifkwartelduif heeft een opvallend kaneelkleurige bevedering met op de rug een lichte dwarstekening. Die tekening wordt duidelijker geaccentueerd op de schouders en op de vleugels. Maar het meest in het oogspringend, en dé karakteristiek voor de vogel, is de prachtige en in verhouding tot de rest van de duif, zeer lange puntige kuif op de grijzige kopbevedering. Verder zien we nog de rode maskerkleur die aan de snavelbasis begint en tot achter het oog loopt, keurig afgelijnd door een zwarte lijn. En in dat masker schittert het mooie geeloranje gekleurde oog. Vanaf de kin tot in de onderwang zien we een witgrijze zone. De kuifkwartelduif is niet echt groot, plusminus twintig centimeter. En voor de volledigheid schrijven we ook nog dat de pootjes, de tenen en de nagels een grijsbruine tint bezitten. Beide seksen lijken sterk op elkaar. Bij het koppel dat we fotografeerden en observeerden was één van de vogels, vermoedelijk de duivin, duidelijk valer gekleurd ten opzichte van de andere duif maar ook oogde de kuif wat kleiner.

Ondersoorten

De wetenschap beschrijft drie ondersoorten. Er is de nominaatvorm met de mooie naam Geophaps p. plumifera en de ondersoorten Geophaps p. leucogaster en Geophaps p. ferruginea. De verschillen liggen hem vooral in de kleur van de buik. De nominaatvorm heeft daar een haast volledige witte kleur, de plumifera heet een donker kaneelkleurige buik met witte vlekken en de ferruginea heeft een volledige diep kaneelkleurige buik. Aan de hand hiervan kunnen we met zekerheid stellen dat de afgebeelde vogels behoren tot de ondersoort ferruginea.

Biotoop

Een opvallend feit is dat de kuifkwartelduif een enorme voorliefde heeft om zich op de grond op te houden en dan nog het liefst in een stenige, rotsachtige omgeving waar zo nu en dan ook spinifexgrassen groeien. Aan zijn zwak voor de grond heeft de kuifkwartelduif ook een deel van zijn naam ‘kwartel’ te danken, want voor een goed begrip het gaat wel degelijk om een duif en geenszins om een kwartel.

Karakter

We hebben zelden in de natuur een dergelijke vogel gezien die zich zo meegaand liet benaderen dan deze duif. Hadden we het echt gewild dan hadden we ze gewoon kunnen aanraken, zelfs vastnemen. De doffer is een charmeur. Zelfs bij de fotosessie maakte hij zich meermaals groot om met een opgezette borst, afhangende vleugels en gespreide staart voor de duivin te pronken en te baltsen waarbij hij ook een krachtige roep slaakt. En het beschreven oranjegele oog wordt, als onderdeel bij de balts op een bijzondere wijze samengetrokken. Maar wie heeft nu zin in seks bij een temperatuur van 35 graden en meer? De duivin in elk geval niet, zij gaf er de voorkeur aan, de doffer negerend, om verder te zonnebaden. Bij een lichte storing loopt de duif een weinig verder, niets meer. Bij het vliegen zien we een zwakke vleugelslag, amper enkele meters verder landt de duif opnieuw op de grond. Voor de nacht verzamelen de vogels zich in kleinere groepen om dicht tegen elkaar te slapen.

Voedsel

De kuifkwartelduif is een onmiskenbare zaadeter die paarsgewijs of hooguit in een kleine groep foerageert. De duif houdt vooral van zaden van het spinifexgras en daar heeft zij haar alternatieve benaming van ‘spinifexduif’ aan te danken. Het leefgebied mag dan wel droog en hard zijn, de vogel is wel zo snugger om altijd water in de onmiddellijke nabijheid te hebben. Precies daarom wordt in toeristische gidsen van deze vogel altijd gewag gemaakt rond de in West-Australië talrijk voorkomende watervallen. Het meest actief is de duif in de vroege ochtend en in de late avond en dat kan niet vreemd genoemd worden gezien de dagtemperaturen in de natuurlijke biotoop tot veertig graden kunnen oplopen.

Kweek

Hiervoor werd het al even aangestipt. Het gaat om een duif en geenszins om een kwartel ook al omdat de duivin, zoals het overgrote deel van de duifachtigen, twee eieren legt. Mocht het om een kwartel gaan dan zou er over een ‘hen’ gesproken worden die veel meer eieren zou leggen dan een ‘duivin’. De broedperiode start ook hier bij het begin van de regentijd. Van een echte nestbouw is nauwelijks sprake. De duivin legt haar eieren gewoon op de grond in een kuiltje waarbij de schaduw van het spinifexgras voor wat afkoeling zorgt. De broedtijd beloopt zeventien dagen, slechts de duivin bebroedt de eieren. De jonge kuifkwartelduif wordt geboren met een flinke bruingekleurde dons. De jonge duifjes verlaten het nest, amper in de veren, na veertien dagen. Ze houden zich hierna in de begroeiing op en worden door de beide ouders nagevoed. Twee weken na het uitvliegen, ze zijn dan niet alleen veel groter en sterker maar ook volledig bevederd, zijn ze bekwaam om alleen verder te leven. De kweektijd loopt van augustus tot januari. In die tijd worden twee nesten grootgebracht.

Meerdere foto’s van de kuifkwartelduif en andere duifachtigen vindt u in de fotogalerij onder duifachtigen.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2020 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *