Japanse nachtegaal

De Japanse nachtegaal [Leiothrix lutea] heeft de reputatie een buitengewoon levendige vogel te zijn. Hij is onophoudend in beweging, een en al levendigheid en dit straalt van deze vogel letterlijk af door, onder andere, zijn ongemeen mooie zang. Een Japanse nachtegaal man, in een goede conditie, zingt onafgebroken. Meerdere keren daags kan hij aan het badwater opgemerkt worden. En of hij baadt!

Bekend. De Japanse nachtegaal is van alle exotische vruchten- en insectenetende soorten vrijwel zeker de best gekende vogel. Hij is kleurrijk, mooi getekend, heeft een prachtige zang, is allesbehalve schuw, went makkelijk aan het volièreleven en is een wel heel makkelijk te verzorgen vogel. Bijna hadden we geschreven dat hij aan weggeefprijzen in de handel wordt aangeboden maar dat is wel voltooid verleden tijd. Waar we vroeger rekenden in Belgische frank is het nu in euro, maar de cijfers zijn gelijk gebleven.

Verspreidingsgebied. De Japanse nachtegaal heeft een enorm verspreidingsgebied dat zich in hoofdzaak uitstrekt over geheel Zuidoost-Azië. Volgens avisbase zijn er zes verschillende ondersoorten met kleinere en grotere verschillen in kleur, tekening en grootte. Voor wie er interesse voor heeft die ondersoorten zijn:

Leiothrix l. lutea: leeft in centraal en in het zuidoosten van China.
Leiothrix l. kumaiensis: komt vooral voor in en rond het Himalayagebergte.
Leiothrix l. calipyga: wordt gezien in West Nepal, Bhutan, Assam en Tibet.
Leiothrix l. luteola leeft in Assam en Myanmar.
Leiothrix l. yunnanensis: komt voor in het noordoosten van Myanmar tot in het zuidwesten van China.
Leiothrix l. kwangtungensis: wordt gezien in het zuiden van China tot in het noordoosten van Tonkin.

Zoals de attente lezer kan opmaken komt de Japanse nachtegaal geenszins in Japan voor maar wel in grote gebieden in China. Vandaar dat de benaming ‘Chinese’ nachtegaal wellicht beter de lading dekt dan ‘Japanse’.

Leefwijze. Het is een vogel van vooral de onderbegroeiing, net als de Europese nachtegaal [Luscinia megarhynchos] dit ook is. Buiten de kweekperiode kunnen meerdere vogels samen gezien worden. Er worden dan kleine foeragerende groepen gevormd. Het voedsel in de wildbaan bestaat uit vruchten en insecten, soms ook uit kleine zaden. Als de kweektijd nadert vallen die groepjes uit elkaar en leiden de koppels een eigen bestaan. Nesten kunnen zowat in alle struiken en struikjes aangetroffen worden. Nooit wordt er hoog gebouwd. Het nest wordt gemaakt met wat er in de plaatselijke habitat terug te vinden is. Dit is, mos, gedroogd gras, bladeren, spinrag, dierlijke haren enz.

Dimorfisme. Er is een lange tijd geweest dat slechts mannelijke vogels de westerse markten bereikten. Was er al eens een pop tussen een zending terug te vinden dan was daar amper of geen interesse voor. Dergelijk wijfje is immers lang niet zo aantrekkelijk dan de man, ze toont niet de diepe kleuren, is minder scherp getekend en bovenal komt er buiten de contactroep weinig anders uit. Wat ze wel met de man gemeen heeft is de grootte van circa vijftien centimeter.

Kweek. In de natuurlijke habitat strekt de kweektijd zich uit van april tot oktober met een piek tussen mei en juni. Het nest heeft een komvorm en wordt meestal gebouwd in de vork van een tak. De pop legt drie maar soms ook wel vier eieren die door beide geslachten uitgebroed worden. Het ei heeft een vaalgroene tot blauwachtige tint met enkele bruine vlekken op vooral de stompe kant. De broedtijd is met twaalf dagen vrij kort te noemen en dat moet ook gezegd worden over de nesttijd van de jonge vogels. De jonge nachtegaal, geboren met een donker vleeskleurige huid en een duidelijke grijze dons, is een bijzonder snelle groeier. De jonge vogels, die uitsluitend met levend voer worden grootgebracht, zijn in staat het nest op de twaalfde levensdag te verlaten zonder dat ze echt volledig bevederd zijn. Ze houden zich dan op in de onderbegroeiing van de natuurlijke habitat. In de natuur lijkt dit niet voor ongemakken te zorgen maar voor de nachtegalen die in volières worden gekweekt kan dit fataal zijn. De reden is dat de jonge nachtegalen bij ons onderkoeld kunnen raken bij kil of regenachtig weer. In de natuurlijke biotoop valt dit zelden voor omdat de temperaturen er veel milder zijn.

Avicultuur. De Japanse nachtegaal wordt sedert jaar en dag als een knappe volièrevogel beschouwd. Wist u dat de eerste exemplaren in de Londen Zoo werden ingevoerd in het jaar 1866? Hierna is hij gedurende tientallen jaren ingevoerd geweest en leek het of de voorraad onuitputtelijk was. In avicultuur is het een eenvoudig te verzorgen vogel die heel oud (tot twintig jaar) kan worden. In de handel zijn prima voedingen voor insecten- en vruchtenetende vogels te koop. Voorbeelden? Universeelvoer, zwart van Claus, korrels, nectar … bovendien betreft het een vogel die gek is op vruchten en bessen. Ook hier keus genoeg al we vinden dat er toch een zekere voorkeur is voor appel. Komt erbij dat ook kleine insecten (buffalo- en meelworm, pinkie, kleine krekel) kunnen aangereikt worden. Gehouden in een volière is een Japanse nachtegaal een uitstekende muggenvanger. De kweek ervan lukt steeds beter en kleine kweekstammen zijn niet langer een verre droom.

Europese vogel? Sedert enkele jaren zijn er in Zuid-Frankrijk een behoorlijk aantal verwilderde Japanse nachtegalen te zien. Naar verluidt gaat het om ontsnapte vogels die er letterlijk leven als God in Frankrijk. De vogels worden er voornamelijk gezien in wijngaarden waar ze naast vruchten dus ook behoorlijk wat insecten kunnen eten.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2020 Danny Roels

2 comments

  1. Prachtige uitleg en info ,zekf heb ik een koppel in buitenvaliere , ze hebben nog nooit eieren in nest gelegd , wel al nest gemaakt, ik heb ze 3 jaar en ze zitten salen met 8 kanaries in een volière van 10m op 3m …en 2.30m hoog …mvg Johnny

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *