Jabiru

Zwarthalsooievaar of jabiru

Danny Roels

Een wel heel mooie ooievaar mochten we fotograferen in ‘The Northern Territory’. Hier kennen we bewuste vogel als zwarthalsooievaar, maar de Australiërs nomen hem gewoon jabiru. En geloof me vrij, die vogel ligt hen nauw aan het hart, elke Australiër die we daar hebben ontmoet vroeg altijd weer of we toch al de ‘jabiru’ hadden gezien. Vreemd is dat deze vogel twee ondersoorten heeft die op respectievelijk afstand van elkaar leven. De nominaatvorm [Ephippiorhynchus a. asiaticus] leeft in India en Zuidoost-Azië, de ondersoort [Ephippiorhynchus a. australis] komt voor in Nieuw-Guinea en Australië.

Groot. Een rechtopstaande jabiru (zwarthalsooievaar) heeft een indrukwekkende gestalte. Hij kan tot 140 centimeter groot worden en de spanwijdte van de vleugels loopt tot 220 centimeter. Al even imposant als zijn grootte is de ruim dertig centimeter grote zwartgekleurde snavel. Kop, kin en hals kleuren zwart maar op de schedel is er een paarse gloed te zien. Als de vogel door het weiland waadt lijken de vleugels zwart te zijn, maar als de jabiru zijn vleugels ontsluit zien we pas dat die ruim voor de helft witgekleurd zijn. Ook de stuit is wit, de staart kleurt zwart. De stelterige poten kleuren rood. Op zicht zijn man en pop gelijk gekleurd maar bij volwassen vogels is er toch een subtiel geslachtsverschil. De man bezit een bruingekleurde oogiris terwijl die van de pop geel kleurt. De jonge jabiru verlaat het nest in een bescheiden bruinachtige kleur, de poten tonen dan nog donker.

Levenswijze. De jabiru leeft het liefst op zichzelf of, na de broedtijd, in kleine familiegroepen. De natuurlijke biotoop bestaat uit waterrijke gebieden waar ook naar voedsel wordt gezocht. En die voeding kunnen we als veelzijdig beschrijven. Vis, elke soort, wordt in het water bejaagd. Verder staan onder meer garnalen, kleine schildpadden, slakken, kikkers en andere waterdieren op het menu. Naar wordt beweerd zou de jabiru ook kleine kuikens van andere watervogels bejagen. Apart is dat er wordt gejaagd door op een bijzonder trage wijze door het water te waden met maximaal een stap per seconde. Bij iedere stap wordt een afstand afgelegd van tachtig tot 120 centimeter. In ‘The Northern Territory’ staat hij als standvogel geregistreerd.

Vliegbeeld. De jabiru vliegt op een identieke wijze als bijvoorbeeld de ooievaar [Ciconia ciconia] het ook doet. De hals wordt gestrekt, het lichaam horizontaal gehouden en de lange poten gestrekt. Een voordeel aan grote en lange vleugels is dat er ook op hoge hoogten, gedreven door thermiek, gemakkelijk kan gezweefd worden. Dit maakt het vliegen wel heel eenvoudig.

Kweek. In Australië wordt er gekweekt tussen  april en juni. Het nest wordt zeer hoog in een boom gebouwd in hoofdzaak gemaakt met twijgen maar ook wel kleine stokken die ruim een meter lang kunnen zijn. Door het gebruikte materiaal kan het nest een doorsnede hebben van circa twee meter. Om het nest af te werken wordt ook stro, bladeren maar ook afval (onder meer vodden) gebruikt. Niet onbelangrijk bij deze vogel is de balts die de paring voorafgaat. Bij de jabiru is dit een uitgebreid gebeuren waarbij de partners elkaar opzoeken, de kop strekken, met de vleugels slaan en met de snavel klepperen. Er worden van twee tot vier eieren gelegd die in dertig tot vijfendertig dagen tijd worden uitgebroed. Het broeden gebeurt door de beide ouders en als er jongen zijn worden die door de beide partners van voedsel voorzien. De nesttijd van de juveniele vogels is om en bij de honderd dagen. Er is, begrijpelijk, slechts een kweekronde per jaar.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2020 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *