Ideale startvogel, roodrugparkiet

Roodrugparkiet. Pop. Foto: © Danny Roels.

Liefhebbers die willen starten met parkieten in het algemeen of met Australische parkieten in het bijzonder zullen meermaals de wijze raad krijgen om te beginnen met de roodrugparkiet [Psephotus haematonotus]. Dit is zeer terecht. Deze vogel is niet alleen mooi, maar ook bijzonder makkelijk in onderhoud, sterk en een ideale kweekvogel.

Vooraf. De roodrugparkiet is één van de Australische platstaartparkieten die al sedert mensenheugenis in Europa aanwezig is. Lang voor de Australische invoerstop (1960) van kracht werd was hij in liefhebberskringen sterk ingeburgerd en, toen al, geprezen om zijn kweektalenten. Meerdere duurdere soorten werden door een koppel roodruggen op een speelse wijze grootgebracht daar waar de échte ouders er alle moeite van de wereld mee hadden. Maar laten we dit terzijde en ons concentreren op het feit dat deze parkiet een ideale startvogel is voor de debuterende hobbyist.

Beschrijving. Hier gaan we niet te veel woorden aan verspillen, de foto’s geven overduidelijk de schoonheid van de vogel terug. Wie de foto van én man én pop bekijkt ziet onmiddellijk dat het samenstellen van een paar kinderspel is. De man is veel intensiever gekleurd dan de pop en hij bezit ten ander de zeer karakteristieke rode rugkleur waar hij zijn Nederlandstalige naam aan te danken heeft. Groen, geel en rood zijn bij de man de dominerende kleuren waarbij wordt verstaan dat groen en geel in meerdere kleurennuances kunnen voorkomen. Goed om weten is dat de roodrug geen schreeuwer is maar eerder een mooi fluitend geluid naar voor brengt. Daarom ook dat de Duitssprekende liefhebbers het hebben over de ‘Singsittich’. De roodrug is ongeveer 27 centimeter groot en wordt hierdoor bij de middelgrote Australische parkieten gerekend.

Levenswijze. Het is een vogel die vooral in Zuid-Australië leeft. Daar leidt hij een nomadenbestaan in de natuurlijke biotoop die bestaat uit open vlakten met verspreidstaande bomen. Wat graag houdt de roodrug zich bij pas geschoren gazons op waar hij in kleine groepen van het gras eet. De roodrug is een rustige vogel die, naar eigen ondervinding, makkelijk dicht kan benaderd worden want schuw is hij geenszins. Wanneer er toch al opgevlogen wordt is het gewoon om hooguit twintig meter verder opnieuw te landen. Er wordt hierbij een zacht, fluitend geluid geuit. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de roodrug in Zuid-Australië tot de tuin- en parkvogels wordt gerekend. Naast gras worden in hoofdzaak zaden gegeten die de vogel in de hiervoor vermelde biotoop rijkelijk vindt. Goed om weten is dat water een noodzaak is, niet alleen om te drinken maar ook om te baden.

Verzorging. De roodrug hoeft niet echt een grote ruimte. Een volière van drie meter lang, twee meter hoog en één meter breed is al ruim voldoende om er een paar in onder te brengen. Zelf opteren we voor een betonnen vloer die makkelijk kan gereinigd worden. De roodrug is geen knager, een houten volière kan dus. Weet wel dat een aangeboden knaagtak (wilg) volledig ontmanteld wordt. De roodrug kan in een dergelijke vlucht gedurende het volledige jaar door gehouden worden, hij is winterhard maar een afgesloten plaatsje tegen wind, regen en andere winterse ongemakken is toch mooi meegenomen. De verdraagzaamheid van deze parkiet laat zelfs toe er een koppel andere vogels (andere dan parkieten) bij te houden. De voeding is ook al heel simpel. Een basismengeling voor kleine parkieten is goed maar nog beter is het om voor enkele extraatjes te zorgen. Er is keus genoeg: trosgierst, eivoer, groenten, fruit, graszaden, een toevoeging van enkele zonnebloempitten, zachte maïs uit de kolf … kortom keus genoeg.

Kweek. Voor de beginnende parkietenliefhebber is de roodrug wellicht de meest ideale vogel (laten we de kleurgrasparkiet even buiten beschouwing). De kweek is niet moeilijk en lukt bijna altijd ook al omdat man en pop niet ambetant doen bij de partnerkeuze. Wel moet u in overweging nemen dat beide partners op zijn minst een jaar oud moeten zijn. Jongere vogels gaan ook tot kweken over maar zijn minder succesvol. Het broedblok wordt eind maart of begin april aangebracht. U kunt kiezen voor een zelfgemaakte kast of voor een natuurlijk broedblok, het maakt de roodrug niets uit. Voor een zelfgemaakte nestkast wordt geopteerd voor een grondoppervlak van 15 x 15 centimeter en een hoogte van 40 centimeter. Voor het invlieggat volstaat een doorsnede van 6 centimeter. Omdat parkieten geen nestmateriaal gebruiken opteren we ervoor om op de bodem of natte turf, of houtkrullen of beide aan te brengen. U zal zien dat de pop hierop haar eieren zal leggen. Een volledig legsel is tussen vier en zes witgekleurde eieren groot waarbij het belangrijk is om weten dat er tussen ieder ei een tijdsduur zit van 48 uur. De roodstuitpop wacht niet tot ze alle eieren heeft gelegd om aan de broedtijd te beginnen. Na de leg van het tweede ei wordt er gebroed. De man trekt zich hier niets van aan maar toch gaat hij de pop in de kast voeden. Na een broedtijd van een kleine drie weken kippen de eieren. De eerste dag zijn dit er twee (indien bevrucht natuurlijk) en in de loop van de volgende dagen zullen ook de andere eieren kippen. Er zullen in het nest dus kleine en nog kleinere roodstuitjes zijn maar dat is voor de oudervogels geen obstakel om alle jongen groot te krijgen. Mooi om zien zijn die donzige juveniele vogeltjes wel. De eerste dagen worden de jongen uitsluitend door de pop gevoerd. De man brengt het voedsel aan. Wanneer de jongen ongeveer een week oud zijn worden ze door beide oudervogels gevoerd. Als de ogen opengaan kunnen de jonge vogels geringd worden. De nesttijd bedraagt ruim vier weken. Wanneer de jongen uitvliegen zijn ze duidelijk matter van kleur dan de oudervogels. De geslachten zijn echter al in het nest te herkennen doordat de jonge mannen een veel diepere groene kopkleur hebben en op de stuit al wat rode veertjes laten zien. Na het uitvliegen worden de jongen nog ongeveer twee weken door de oudervogels gevoerd, een dag of tien later – soms al iets eerder – moeten de jongen dan worden uitgevangen omdat de pop dan weer aan een volgend legsel begint. Drie broedsels per jaar zijn mogelijk, maar om uitputting van de ouderdieren te voorkomen is het beter na twee broedsels het broedblok weg te nemen. Het duurt van zes tot zeven maanden tot jonge roodruggen het volwassen verenkleed tonen.

Nadeel. Is er dan niets te vinden dat deze parkiet in een minder goed daglicht stelt? Eigenlijk niet of het zou moeten zijn dat de vogel minimaal een keer per jaar moet ontwormd worden. Vogels die veel op de grond lopen zijn extra gevoelig voor wormen, zo ook de roodrug.

Literatuur:

Harry Van Der Linden, site Psittaciformes (roodstuit).

 

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *