Hop

De hop [Upupa epops] wordt tot de mooiste onder de Europese zangvogels gerekend. De laatste jaren maakt deze vogel in avicultuur furore als kweekvogel maar in deze tekst bekijken we de hop in zijn natuurlijk milieu. Wist u overigens dat in vroegere tijden deze prachtvogel ook in Vlaanderen leefde. Op vandaag geldt hij nog enkel als dwaalgast. De hop is een vogel die in Europa het meest gehoord en gezien wordt in droge gebieden in Zuid-Europa zoals Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal.

Eigenheden.

  • Prachtige, in verhouding tot het lichaam vrij grote kuif,
  • Kuif bezit zwarte punten,
  • Lichaamskleur: zachtroze bruin,
  • Zeer in het oogspringende vleugeltekeningen,
  • Afgeronde vleugels, zwart van kleur maar met brede witte banden,
  • Korte, hoekige, zwartgekleurde staart,
  • Lange, scherpe en gebogen snavel,
  • Grijsgekleurde poten,
  • Grote, donkere ogen,
  • Grootte: ± 28 centimeter,
  • Geen uiterlijk verschil tussen man en pop,
  • Uitgesproken zandbader.

Voedsel. De hop is een insectenetende vogel die het voedsel bij voorkeur op graslanden verzamelt en is lang niet vies van kleine gewervelde dieren. Het voedsel bestaat uit insecten, emelten, veenmollen, rupsen, torren, vlinders (die soms in de vlucht gevangen worden) maar ook uit kleine hagedissen. Grotere insecten als daar is de meikever worden eerst vakkundig ontdaan van de harde hoorndelen. Eigen aan het voedselzoeken is dat de lange snavel ook in de grond wordt gestopt in de hoop op die manier onder andere emelten te verschalken. Ook de Europese spreeuw [Sturnus vulgaris] doet dit. Bijzonder aan de hop is verder dat er amper of niet gedronken wordt. Het nodige vocht om te overleven wordt uit het voedsel gehaald.

Nest. De hop is een holenbroeder. Hiervoor komen in aanmerking: boomholten, spleten in rotswanden en nissen maar ook steeds vaker in, door de mens aangebrachte, nestkasten. Maar waar er ook genesteld wordt, de holte wordt in elk geval slechts matig of in het geheel niet opgesmukt met nestmateriaal. De eieren worden quasi op de naakte bodem gelegd.

Eieren. Een legsel bestaat uit vijf tot acht eieren die een lichtgrijze kleur bezitten. Slechts de pop broedt, de man voedt haar op het nest. Opmerkelijk: de pop verlaat in al die tijd slechts zeer uitzonderlijk het nest. De pop is dus totaal afhankelijk van de man tijdens de broedtijd! En die broedtijd, die onmiddellijk na het leggen van het eerste ei begint, bedraagt zestien tot achttien dagen. En nog apart: het matwitte hoppenei is in verhouding tot de vogel echt klein te noemen. De kleur van het ei kan tijdens het broedproces zelfs veranderen en kan van wit naar blauwwit en zelfs lichtgroen kleuren. Onderzoek heeft uitgewezen dat de pop in staat is om het vet uit de stuitklier [Glandula uropygii] over de eieren te verspreiden waardoor er tijdens het broedproces een kleurverandering van de eieren kan optreden. Uit de studie komt tot uiting dat het vet uit de stuitklier een bruingekleurde substantie is en het antimicrobiële eigenschappen bezit. De kleur, bruin dus, wordt veroorzaakt door een aanwezige bacterie die onder meer bescherming biedt aan het zich ontwikkelde embryo in het ei. Door de eieren in te smeren met het vet worden de embryo’s beschermd tegen schadelijke micro-organismen. Hierbij wordt gestipuleerd dat hoe donkerder de eieren worden hoe groter de bescherming is.

Jongen. De jonge hop heeft bij de geboorte lange witte donsveertjes, een dieprode keel en zeer opvallende witte snavelranden. De jongen verlaten het nest na vijfentwintig dagen en worden door de ouders nog enkele dagen nagevoed. In de natuur is er slechts één nest per jaar. Hoeft het gezegd dat de juveniele vogels uitsluitend met dierlijke eiwitten worden grootgebracht?

Specifiek. In de ornithologische wereld staat de hop specifiek bekend als een vogel waaraan letterlijk een geurtje kleeft. Dit komt door het feit dat, in de drang het nest te beschermen tegen mogelijke rovers, er een zeer kwalijke geur wordt afgescheiden. We hadden het hiervoor al over de stuitklier, wel bij de hop scheidt haar stuitklier, en naar verluidt ook die van de jongen, een naar muskus ruikende stof af die zo onwelriekend is dat de geur ervan alleen door de hop zelf geduld wordt.

Literatuur. Diverse jaargangen van ‘De Vogelwereld’.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

One comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *