Hoendergans [Genus Cereopsis]

Vogelinfo vzw.

Niet onmiddellijk de meest gehouden watervogel in avicultuur is de hoendergans. Zijn natuurlijke habitat wordt teruggevonden in Australië waar hij voorkomt in twee ondersoorten. Bijgaande foto’s werden enerzijds in 2011 op Phillip Island (gelegen op 140 kilometer van Melbourne) en anderzijds in 2015 op Kangoeroe eiland (behorend tot Zuid-Australië) genomen. Het gaat dus om de nominaatvorm Cereopsis n. novaehollandiae want de enige beschreven ondersoort Cereopsis n. grisea leeft in West-Australië. Naar verluidt is de ondersoort wat robuuster gebouwd dan de nominaatvorm en zou hier de witte vlek op het voorhoofd groter zijn.

Vooraf

Bij dreigend gevaar wordt al waggelend weggelopen waarbij de kop heen en weer wordt geslagen. Gaat deze gans vliegen dan zien we ook hier dat dit gebeurt met gestrekte hals naar voor en met krachtige vleugelslagen maar ook moet opgemerkt worden dat er glijvluchten ingelast worden. Bij het vliegen wordt er luid gekwaakt. En een weetje, van de mannelijke hoendergans wordt gezegd dat hij ‘trompettert’, van de vrouwelijke hoendergans dat ze ‘knort’.

Biotoop

De hoendergans houdt van open, met gras bezaaide ruimten met hier en daar een verdwaalde struik. Opmerkelijk, en dit toch voor een watervogel, is dat de hoendergans niet echt aan water gebonden is. Zelfs de zwemvliezen tussen de poten zijn niet volledig ontwikkeld. Gras vormt niet alleen de biotoop maar is ook de meest belangrijke voedselbron en dat samen
met het, naar verluidt, lekkere vlees heeft er bijna voor gezorgd dat de hoendergans in het land van herkomst uitgestorven was. Gras wordt ook door onder meer schapen (in Zuid-Australië overvloedig aanwezig) en andere hoefdieren genuttigd waardoor een te groot afschot ervoor zorgde dat de hoendergans, met amper tweeduizend exemplaren, op een gegeven ogenblik met uitsterven bedreigd werd. Thans wordt de populatie opnieuw geraamd tussen zestien- en achttienduizend dieren waardoor de vogel terug als algemeen voorkomend wordt beschouwd (bron: BirdLife International). Grassen worden met de snavel, via een korte ruk, afgetrokken. Naast grassen worden ook zaden gegeten. Het voedselzoeken vormt bij deze gans de hoofdbezigheid gedurende het grootste gedeelte van de dag. Hoenderganzen ‘grazen’ tot twaalf uur per dag en zouden hierbij een aparte voorkeur bezitten voor ‘Poa poiformis’.

Voortplanting

Hoenderganzen die in de kweektijd niet paarsgewijs gezien worden zijn of jonge vogels of vrijgezellen want tijdens de kweekperiode leeft de gans strikt paarsgewijs. Het paar verdedigt het broedterritorium tegenover soortgenoten en andere vogels met hand en tand maar vooral heel luidruchtig. Apart is dat de Australische kweektijd zich situeert in de maanden april tot juli, en dat zijn de Australische wintermaanden. De reden is dat pas dan, dankzij overvloedige regen, grassen tot volle wasdom komen wat afdoend voedsel voor de kuikens verzekert.

Nest

Het nest wordt gebouwd in kuiltjes in open graslanden maar ook in de buurt van rotsen of struiken enz. Enige natuurlijke beschutting is gewenst. Dit nest, door beide partners gemaakt, wordt in hoofdzaak gemaakt met grassen. De pop legt drie tot zes eieren. Ze heeft een kleine maand nodig om die uit te broeden. Intussen staat de man in voor de verdediging van het nest. Omdat ook het kuiken van de hoendergans een nestvlieder is begint de hen te broeden nadat het laatste ei is gelegd. Alleen op die wijze is het mogelijk dat de kleine gansjes gelijktijdig uit de eieren komen.

Jongen

Bij de geboorte toont de pasgeboren hoendergans een opmerkelijk vederkleed. In hoofdzaak kleurt dit zwart maar op de rug tekenen zich twee merkwaardige gele strepen af. De kop is dan weer overwegend geel met een zwarte middenstreep. Poten, maar ook de snavel, zijn zwart. Mede door de overvloed aan eten groeien de kuikens buitengewoon snel. Van kuiken tot eerste volwassenkleed loopt een tijdspanne van zes maand maar het moet gezegd dat na die tijd de jongen nog van de ouders kunnen onderscheiden worden omdat de juveniele ganzen doorgaans wat donkerder zijn en meer bruin in de bevedering tonen dan de oudere vogels. Ook de witte vlek op de kop toont bij de jonge ganzen minder intensief en de gele washuid is meer vlekkerig dan bij overjaarse vogels. De nog niet kweekrijpe hoenderganzen vormen grotere benden soms van een paar honderd vogels. Er is één broedsel per jaar.

Meerdere foto’s van de hoendergans en andere watervogels vindt u in de fotogalerij onder watervogels.

Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2020 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *