(F)luisterend oor, Tien vragen, tien antwoorden over de bourkesparkiet.

    Bourkesparkiet

Tot niet lang geleden werd de bourkesparkiet [Neopsephotus bourkii] beschouwd als een vogel uit het neophemageslacht. Op vandaag wordt deze prachtvogel ondergebracht in het aparte geslacht Neopsephotus waarin hij de enige vertegenwoordiger is. De bourkes is sedert jaar en dag een bijzonder populaire volièrevogel en dat heeft hij voor een groot stuk te danken aan zijn uitermate lief en verdraagzaam karakter. In Australië, zijn vaderland, heeft men voor hem de mooie naam ‘grassparakeet’ uitgevonden en ook daar is een reden voor.

 1. Hoe moet men zich de bourkes voorstellen?

Hoewel de bourkes op het eerste zicht een eenvoudig gekleurde vogel lijkt, is het lang niet zo simpel om een duidelijke beschrijving van hem neer te pennen. Misschien is het, ook hier, beter om naar foto’s te verwijzen en het visuele geslachtsdimorfisme aan te geven. De pop is, wat dit betreft, minder kleurrijk dan de man waarbij komt dat de karakteristieke voorhoofdsband bij haar afwezig is. Wie op de kleur van de ondervleugel let zal zien dat die bij de pop blauw is maar met een witte streep er doorheen, bij de man is het blauw hier dieper gekleurd maar de witte streep ontbreekt. Geven we mee dat deze vogel in Australië zowat 19 tot 20 centimeter groot is maar dat bourkes die in avicultuur worden gekweekt makkelijk twee tot zelfs drie centimeter groter zijn. Graag wijzen we toch op de wel aparte, en meteen ook knappe vleugeltekeningen die deze vogel siert. Aardig en bijzonder is verder de zachtroze kleur die voor een groot stuk in de vogel terug te vinden is maar het sterkst tot uiting komt op borst en, vooral, buik. En nu we toch op bijzondere eigenheden wijzen kunnen we niet voorbij de blauwe kleur van broek en stuit. De fijne snavel, keurig in de kopbevedering ingeplant, kleurt zwartgrijs. De poten kleuren donkergrijs maar de nagels zwart.

2. Waar in Australië leeft de bourkes?

Deze vogel leeft over een wijdverspreid Australisch gebied dat gekenmerkt wordt door droge en halfdroge gebieden en dit verspreid vanaf het noordwesten van New-South-Wales en het zuidwesten van Queensland tot aan de kustgebieden van West-Australië. De bourkes houdt zich daar wat graag op in mulga [A. aneura], een veel voorkomende Australische plant/boom en verder in verschillende eucalyptusbossen. Hier voedt de bourkes zich in hoofdzaak met allerhande zaden die meestal op de grond worden verzameld.

3 .Hoe plant de bourkes zich in Australië voort?

De bourkes is al in het eerste levensjaar vruchtbaar. De natuurlijke broedtijd loopt van augustus tot december maar kan, ten gevolge van al of geen regenval, soms opgeschoven worden. Over het algemeen worden er per nest van vier tot zes witgekleurde eieren (holenbroeder!) gelegd. De bourkes gebruikt hiervoor een holte op een geringe hoogte gaande van één tot drie meter boven de grond. De incubatieperiode is achttien dagen. De jonge vogels, die door beide ouders uit de krop worden gevoed, verlaten het nest als ze vier weken oud zijn. Ze worden nog goed twee weken nagevoed. Gewoonlijk zijn er twee rondes per seizoen. Bij de nestverlating lijken de juveniele vogels sprekend op hun ouders maar in een minder intensieve kleur.

4. Hoe stelt de bourkes het in avicultuur?

De bourkesparkiet heeft de reputatie van niet alleen een knap gekleurde/getekende vogel te zijn maar bovendien van zeer verdraagzaam te zijn waarbij als derde pro punt komt dat het lang niet gaat om een luidruchtige vogel. Meer zelfs, het gemaakte geluid is aangenaam om horen en wordt in hoofdzaak in de vroege ochtend of bij valavond gehoord. Net als bij bijvoorbeeld de elegantparkiet [Neophema elegans] is de knaagbehoefte niet groot wat betekent dat een houten vlucht wel kan.

5. Hoe moet de bourkes gehuisvest worden?

Als zo-even aangehaald kan een houten volière. Die hoeft zelfs niet groot te zijn. Een vluchtje van twee meter lang, twee meter hoog met een breedte van één meter volstaat. Net als we vroeger bij de turquoisine reeds aanhaalden is ook de bourkes naar ons aanvoelen niet echt geschikt om natte herfst- en wintermaanden ongeschonden te verdragen. Daarom kiezen we voor een aansluitende kleine binnenvolière. Extra verwarming hoeft niet als de bourkes maar behoed blijft van kilte en vocht. Weet ook dat deze parkiet graag op de grond vertoeft. Een jaarlijkse wormkuur is dus nodig.

6. Hoe wordt de bourkes gevoed?

Een gevarieerde voeding, naast een keurige verzorging, staat garant voor sterke en mooi doorgekleurde vogels. Dat is voor de bourkes niet anders. We opteren voor een zaadmengsel voor parkieten, waarin slechts een matig percentage vetrijke zaden zoals nigerzaad, hennep en zonnebloempitten zit. Verder eivoer (gerantsoeneerd), allerhande groenvoer, vooral halfrijpe graszaden, halfrijpe onkruidzaden en trosgierst. Dagelijks vers drinkwater, maagkiezel en grit. In de broedtijd meer eivoer geven, eventueel rul maken met gekiemd zaad of geraspte wortel. Verder in melk geweekt oud bruinbrood en gekiemd zaad, vooral gekiemde trosgierst wordt graag opgenomen. Is ook de bourkes niet echt een knager dan is het toch niet slecht om af en toe knaagtakken (wilgen- en fruittakken) aan te bieden. Dagelijks vers drink- en badwater is noodzakelijk. Sommige bourkesparkieten baden graag.

7. Hoe wordt de bourkes in avicultuur gekweekt?

De kweek van de bourkesparkiet in avicultuur geldt lang niet als moeilijk. Zelfs de ooit uit Australië geïmporteerde vogels (al sedert 1960 worden geen vogels uit Australië meer ingevoerd) hebben nooit moeilijk gedaan wat de kweek betreft. Een broedblok is, uiteraard, nodig en we kiezen voor een relatief klein model met een grondoppervlak van 15 x 15 centimeter met een hoogte van circa 30 centimeter. Een invlieggat met een doorsnede van 5 centimeter volstaat. Op de nestbodem kunnen we ook hier kiezen uit houtkrullen, natgemaakte turf of een mengsel hiervan. De eieren worden om de andere dag gelegd. De pop broedt alleen. De jongen hebben bij de geboorte een vleeskleurige huid met witte dons en een hoornkleurige snavel. Voor de rest zie vraag 3 maar hou er wel rekening mee dat er in avicultuur meer dan twee nesten per seizoen mogelijk zijn. Om de vogels niet over te belasten is het beter om de nestkast, nadat de jongen van de tweede ronde zijn uitgevlogen, te verwijderen. De jeudrui verloopt bij de bourkesparkiet zonder noemenswaardige problemen.

8. Is het nu Neophema of Neopsephotus?

Heel lang werd de bourkesparkiet beschouwd als één van de neophemasoorten maar op vandaag is hij ondergebracht in een het aparte geslacht Neopsephotus. Daar zijn meerdere redenen voor geweest. Onder meer het ontbreken van groen in de bevedering is er één van. Een tweede reden is het afwijkend gedrag tegenover de échte neophemasoorten en een derde reden moet worden gezocht in het feit dat de bourkes niet kruist met de andere Neophema’s.

9. Wat is de ringmaat voor de vogel?

In het meinummer van ‘De Vogelwereld’ staan ieder jaar de voorgeschreven ringmaten voor allerhande vogels, waaronder de bourkes, vermeld. De voorgeschreven ringmaat is hier 3,80 mm.

10. Welke mutaties zijn er gekend bij de turquoisine?

Op vandaag wordt ook deze vogel in meerdere kleurslagen gekweekt. Of ze écht mooier zijn dan de wildkleur laten we hier in het midden. Naast de wildkleurige vogel kennen we onder meer: dominant en recessief bont, opaline, ino, pale en bronze fallow, gezoomd …

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.