Emoe

Gedurende onze reizen doorheen Australië hebben we op meerdere plaatsen en bij meerdere gelegenheden de op één na grootste loopvogel ter wereld ontmoet. Altijd weer stonden we stil en gefascineerd naar deze prachtvogel te kijken. En heel opvallend, de emoe [Dromaius novaehollandiae] laat zich makkelijk benaderen maar nooit wanneer er jongen zijn. Dan blijkt ook deze soort op zijn hoede te zijn voor ieder mogelijk gevaar.

Eigenheden. Net zoals de struisvogel (Struthio camelus), de grootste loopvogel ter wereld, kan de emoe niet (meer) vliegen. De bevedering is in de loop der eeuwen geëvolueerd naar een bijna haarachtige constructie die het vliegen onmogelijk maakt. Die haren kunnen ruim twintig centimeter lang worden en hebben een vrij dikke constructie. Het nut hiervan is dat de zonnestralen door die dikke bevedering geabsorbeerd worden en het de huid isoleert waardoor de emoe ook in de meest verzengende hitte toch actief kan blijven. Een ander opmerkelijk feit is dat de emoe slechts over drie tenen beschikt die allemaal naar voor zijn gericht. Deze bouw wordt ook bij andere hoenderachtigen teruggevonden. Onder meer de roulroul (Rollulus roulroul) bezit geen achterteen. En terloops, de reeds geciteerde struisvogel heeft slechts twee tenen aan iedere poot.

Kleur. Onmiddellijk na de rui toont de bevedering zeer donker maar dankzij onder meer de invloed van het zonlicht wordt de tint heel snel grijsbruin en af en toe ook zeer vlekkerig. De borstkleur is bij meerdere exemplaren opvallend lichter gekleurd. De opmerkelijk lange nek, maar ook het hoofd zijn zeer donker van tint.

Kop. De emoe heeft een zeer karakteristieke kop waarbij het grote bruinrode oog met de donkere pupil als eerste de aandacht trekt. Verder is de vrij platte, donkergekleurde snavel met de twee vrij grote neusgaten een opvallend feit. Let ook op de bijzondere constructie, haast haarachtige bevedering op de kop. Op de bijgevoegde kopstudie is ook heel duidelijk de naakte ooringang van de vogel te zien.

Geluid. Ook bijzonder aan de emoe is dat er bij volwassen exemplaren er tussen de luchtpijp en de luchtzak een opening bestaat waardoor deze vogel in staat is om diepe, harde en doordringende geluiden te produceren die tot twee kilometer ver kunnen gehoord worden. De roep is meestal alleen tijdens de kweektijd te horen, tijdens de andere perioden betreft het een stillere soort.

Ondersoorten. Omdat de emoe in het gigantische Australië zowat overal voorkomt is het verbazend dat er slechts drie ondersoorten beschreven staan. De nominaatvorm, Dromaius n. novaehollandiae, leeft in het zuidoosten. Deze emoe zou over een opvallende witte halskraag moeten beschikken. De tweede ondersoort, D. n. woodward, zou de lichtst gekleurde van de drie zijn en zou teruggevonden worden in vooral het noordelijke deel van Australië. De derde ondersoort, de D. n. rothschildi, heeft de donkerste kleur en leeft in West-Australië. Omdat alle hierbij afgedrukte foto’s in West-Australië werden genomen gaat het bijna zeker om deze ondersoort.

Dimorfisme. Tussen haan en hen zijn de uiterlijke verschillen minimaal. Er wordt van uitgegaan dat de hen iets groter is dan de haan.

Gewicht. De eerste maal dat we de emoe opmerkten gebeurde reeds op dag drie van onze eerste reis. We reden toen van Perth naar de Pinnacles (woestijngebied) gelegen in het Nambung National Park. De hier opgemerkte vogels bestond uit een haan met kuikens die telkens voor ons uit vluchtten. Meer succes hadden we twee dagen later op weg naar de goudmijnstad Kalgoorlie waar we enkelingen opmerkten. Die vogels lieten zich makkelijk benaderen, misschien ook wel door de verzengende hitte (46 graden Celsius) die er daar die dag heerste. De hierbij afgedrukte close-ups van de toch wel merkwaardige kop die de emoe nu eenmaal heeft werden toen gemaakt. De grootte van een volwassen vogel werd door ons geschat op anderhalve meter waarbij de lange nek en de lange poten voor een groot deel verantwoordelijk  zijn. Naar verluidt weegt een dergelijk exemplaar tussen de dertig en de veertig en soms nog meer kilogram.

Levenswijze. De emoe is in Australië dus een wijdverspreide vogel en op tal van verkeersborden wordt er voor mogelijk overstekende emoes gewaarschuwd. Hetzelfde geldt ook voor de kangoeroe. Van die laatste, en dit in tegenstelling tot de emoe, liggen er langs de kant van de weg onwaarschijnlijk veel doodgereden, dit tot tevredenheid van aaseters die hierin makkelijk voedsel vinden. En terloops, bijna elke Australische auto is vooraan voorzien van een sterk ijzeren opvangbord voor deze dieren, dit uiteraard om blutsen in het koetswerk te vermijden. Het voedsel van deze aparte vogel bestaat vooral uit én insecten én planten én grassen én jonge bladeren maar ook vruchten en bessen worden genuttigd. En net zoals dat ook gaat bij andere grotere hoenderachtigen worden er ook vaak steentjes opgepikt om het fijnmalen van het voedsel te bespoedigen. De emoe is verder sterk afhankelijk van water dat dagelijks moet genuttigd kunnen worden. En, voor wat het waard is, in een toeristische folder stond vermeld dat de emoe zich bij het voedselzoeken oriënteert op de wolken. Altijd weer zou hij er de somberste volgen omdat dan de kans op regen, en voor hem dus water, groter wordt.

Voedselbronnen. Observatie leerde dat emoes toch wel snel vaart kunnen maken. De wetenschap stelt dan ook dat deze vogel altijd weer op zoek gaat naar nieuwe voedselbronnen. De door ons vastgestelde groepen beperkten zich tot hooguit zes, zeven vogels. Waarschijnlijk betrof het telkens weer een koppel met bijna uitgegroeide jongen want strikt genomen is de emoe een eenzaat die slechts bij de waterplassen soortgenoten duldt. De emoe wordt tot de dagactieve vogels gerekend die het meest ijverig is in de vroege ochtend en bij valavond. De biotoop waar we de vogels opmerkten bestond grotendeels uit graslanden maar ook langs de kant van de in overvloed aanwezige eucalyptuswouden werden meerdere kleinere groepen waargenomen.

Voortplanting. De paarvorming gebeurt in de Australische zomermaanden december en januari. Haan en hen blijven dan voor een termijn van circa vijf maanden samen. In die periode verdedigt de haan een uitgesproken groot territorium waar geen andere emoes in worden geduld. Het nest heeft weinig om het lijf. Een kuiltje in de grond, nauwelijks bedekt met wat bladeren en grassen, meer is het niet. De hen legt tussen vijf en vijftien eieren en verlaat dan het broedgebied. Het is immers de haan die de eieren gaat uitbroeden. Bijzonder tijdens de broedtijd is dat de haan zich noch voedt, noch drinkt. Hij leeft gedurende die tijd van zijn vetreserves. Na de broedtijd, die acht weken duurt, heeft de haan ruim één derde van zijn lichaamsgewicht verloren. De kuikens zijn, zoals dat voor hoenderachtigen hoort, nestvlieders. Na het kippen en het opdrogen kunnen de jongen lopen. Een haan met jongen is een zeer agressieve vogel die geen levend wezen in de nabijheid van de kuikens duldt. De jonge vogels zijn opmerkelijk zwartwit gestreept en de kop is zwartwit gestippeld. De snavel is bij de juveniele vogels ook zeer donker van kleur, spits en lichtjes gekromd. Bij het kippen zijn de juvenielen reeds vijfentwintig centimeter groot. De jongen blijven gedurende ruim zes maanden bij de haan. Echt volwassen zijn de jongen wanneer ze twaalf tot veertien maanden oud zijn maar geslachtsrijp worden ze pas wanneer ze twee tot drie jaar oud zijn.

En nog:

  • De emoe zou een maximale loopsnelheid kunnen halen van ongeveer vijftig kilometer per uur.
  • De naam ‘emoe’ zou een afgeleide zijn van een Arabisch woord dat ‘grote vogel’ betekent.
  • In Australië, maar ook daarbuiten, worden sedert 1987 emoes voor commerciële doeleinden gebruikt. Het vlees, dat als vetarm wordt omschreven, zou lekker zijn en van de huid worden lederwaren gemaakt. Ook de eieren worden door de mens genuttigd en de bevedering wordt als versiering gebruikt.
  • Eieren en kuikens worden begeerd door onder meer roofvogels en dingo’s. Een dingo is een verwilderde Australische hond.
 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *