De Turkse tortel, een prachtvogel

Oorspronkelijk kwam de Turkse tortel [Streptopelia decaocto] alleen voor in Indië en in Klein-Azië. In de Balkan werd de duif voor het eerst waargenomen rond 1700. Via Hongarije, Roemenië, Oostenrijk en Duitsland komt de Turkse tortel voor het eerst naar België in 1952. Ze werd er toen in Elsene (Brussel) waargenomen. Op vandaag komt de Turkse tortel zowat over geheel Europa voor hierbij inbegrepen, het Verenigd Koninkrijk en IJsland. Van een spectaculaire opmars gesproken!

Geen kleurrijke vogel. Zoals de foto’s getuigen kan deze duif moeilijk tot een mooie, rijk gekleurde vogel uitgeroepen worden. De kleur is vrij monotoon bruingrijs over het gehele lichaam. Toch graag enige aandacht voor de zwarte half gevormde nekring eigen aan alle tortelduiven. Let wel, slechts de volwassen vogels bezitten hem. Het oog is bruinrood gekleurd en bijzonder aan de Turkse tortel is dat de onderzijde van de vrij lange staart een vuilwitte tint bezit. De smalle, wat puntige snavel en de washuid tonen een donkergrijze kleur.

Vlucht. De Turkse tortel bezit een vrij snelle vlucht waarbij de vleugels tot heel dicht tegen het lichaam geslagen worden. Het komt regelmatig voor dat andere vogels de Turkse tortel voor een vijand aanzien en alarm slaan. In de vlucht kan de silhouet van deze duif lijken op die van de sperwer, omdat de staart ten opzichte van het lichaam erg groot is. Als een mannetje indruk wil maken wordt de staart gespreid en heeft het iets weg van een soort waaier. Het spreiden van de staart doet de doffer vaak om de duivin te bekoren. Hierbij vliegt hij eerst luid klapperend met de vleugels steil de lucht in, vervolgens maakt hij een lange zweefvlucht en landt hij op een dak of in een boom.

Grootte. Ongeveer dertig tot vierendertig centimeter. De spanwijdte van de vleugels is 63-70 cm en het gewicht 170-240 gram.

Dimorfisme. Bij deze duif is het verschil tussen doffer, mannetje, en duivin, vrouwtje, moeilijk te zien. Volgens ‘kenners’ is de doffer net iets groffer gebouwd, staat hij wat hoger op de poten en heeft hij meer glans op zijn veren. De duivin zou wat kleiner van postuur zijn, een doffere kleur bezitten en een breder bekken.

Biotoop. Oorspronkelijk was de Turkse tortel een bewoner van schraal begroeide terreinen. Op vandaag kan deze vogel zowat overal waargenomen worden en hierbij wordt de mens en zijn cultuur niet gemeden. In stadsparken is het één van de meest vertrouwde verschijningen. De duif komt tot op hoogten van ruim duizend meter voor. In geen tijd is ze uitgegroeid tot wellicht de meest voorkomende wilde duif in Europa.

Voeding. Van nature uit is de Turkse tortel een graaneter die echter op vandaag is geëvolueerd tot een cultuurvolger en ook makkelijker te bekomen voedsel als groenvoer, plantendelen en etensresten tot zich neemt. In de wintertijd is het verder een trouwe bezoeker van onze voedertafels.

Geluid. Met een herhaald ‘koe-koe-koe’ wordt het territorium afgebakend. Alhoewel dit aanvankelijk wellicht een aardig en prettig geluid lijkt, kan dat na een poosje danig gaan vervelen wegens gebrek aan variatie.

Nest. Zoals het voor een duif hoort is ook het nest van de Turkse tortel een minuscule bedoening waarbij slechts enkele samengeraapte takjes als fundering dienen. Bij slecht weer en een beetje wind gebeurt het maar al te vaak dat het nest gewoon op de grond valt. De duif zal er niet lang om treuren want binnen de kortste tijd wordt er een nieuw gebouwd. En hoewel er dus slechts weinig aandacht naar het nest zelf uitgaat des te meer oog heeft deze tortel voor het verdedigen van het territorium. Zelfs tegenover grotere en roofzuchtige vogels als kauw en ekster weet deze duif haar mannetje te staan. Het nest zelf wordt doorgaans in een boom of in een spar gebouwd maar legio zijn de voorbeelden van bizarre en onverwachte nestplaatsen waarop onze Turkse tortel een patent lijkt te hebben. Enkele jaren terug werd in ‘De Vogelwereld’ een nest afgebeeld op een verkeerslicht midden in de stad. Zelf hebben we dit jaar gezien hoe een koppel een nest bouwde onder de luifel van het drukke perron in het station van Aalst. Een koppel bouwde enkele jaren terug het nest gewoon in een bloembak …. De duivin legt twee hagelwitte eieren die in zestien dagen worden uitgebroed. Bij de geboorte hebben de jonge duifjes een vuilgele dons. Zoals het voor duiven hoort worden ook de jonge Turkse tortels tijdens hun eerste levensdagen met kropmelk gevoed. (Kropmelk is een afscheidingsproduct van de krop dat dient als voedsel voor de jongen in de eerste levensdagen). De juveniele duifjes verlaten het nest op een leeftijd van een kleine drie weken. Nog eens twee weken later kunnen de jongen alleen verder. De Turkse tortel is een vroege broedvogel. Bij gunstig weer kunnen eind februari reeds nesten met jongen gevonden worden. Per seizoen kunnen er tot vijf kweekronden zijn. Van alle in ons land voorkomende vogels is de Turkse tortel gewoon de meest productieve!

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.