De koperwiek, de kleinste Europese lijsterachtige

Februari 2021 waren er bij de eerste échte winterprik meerdere meldingen van grote groepen koperwieken [Turdus iliacus] die in Vlaanderen te observeren waren. In principe betreft het een vogel die hoofdzakelijk leeft in de kouwelijke noordelijke Europese gebieden maar daar kan het zelfs voor een koperwiek te bar worden. Vandaar dat hij er wegtrekt naar mindere koude regio’s waardoor hij ook in Vlaanderen belandt. We spreken dan over een ‘wintergast’.

Roodoranje gekleurde flanken. In zijn uiterlijke verschijningsvorm lijkt de koperwiek op de zanglijster [Turdus philomelos] maar toch zijn er enkele opmerkelijke verschillen. Zo kleurt de flank bij de koperwiek oranjerood daar waar dit lichaamsdeel bij de zanglijster gewoon bruingrijs is met een druppeltekening. Een ander onderscheid wordt gezien op de kop. De koperwiek bezit brede lichtgekleurde, crèmekleurige wenkbrauwstrepen en dito baardstreep die tot onder de donkere wangstreek doorloopt. Bij de zanglijster zijn die tekeningen afwezig. Wang- en de oorstreek zijn bruinachtig met zeer fijne witte strepen. Bij de zanglijster is dit lichaamsdeel uniform bruin. Ook de koperwiek heeft verder een mooie druppelvormige tekening op borst en flanken, een eigenschap die ook bij de zanglijster in overvloed terug te vinden is. Voor verdere details verwijzen we, ook hier, naar bijhorende foto’s. Toch nog zeggen dat deze vogel zowat 22 centimeter groot is en er visueel geen verschil is tussen man en pop.

Biotoop & voedsel. In zijn leefgebied, het hoge noorden van Europa dus, kiest de koperwiek voor taiga en toendra maar wordt hij er ook gezien rond rivieroevers en vochtige weilanden. In die biotoop wordt naarstig naar voedsel gezocht, een activiteit die zich grotendeels op de grond afspeelt. De manier van voedselzoeken suggereert overeenkomsten met andere lijsterachtigen want ook de koperwiek eet in hoofdzaak insecten, regenwormen, slakken en is in herfst en zomer lang niet vies van diverse bessen en andere fruitsoorten.

Geluid. De zang kan moeilijk met die van bijvoorbeeld merel [Turdus merelus] en zanglijster vergeleken worden wat niet wegneemt dat het toch een niet onaardige zangvogel betreft. In de vlucht en bij het foerageren wordt op een regelmatige basis een korte contactroep geuit die als een langgerekt ‘tjuuk’ wordt ervaren.

Voortplanting. Gezien de klimatologische omstandigheden waar de vogel leeft is het niet abnormaal te noemen dat de koperwiek pas aan de bouw van het nest begint eind mei of begin juni. Het gaat om een soort die houdt van gezelligheid en het gebeurt dat meerdere nesten in een klein broedgebied terug te vinden zijn. Het komvormig nest, door de pop gebouwd, bevindt zich in boom en struik en wordt gemaakt met droge plantenresten en takjes, allerhande sprieten en plantenvezels, bladeren, worteltjes en mos. Het geheel wordt verstevigd met leem en modder. De nestkom wordt met fijne, zachte grassprietjes, fijn stro en haarworteltjes gestoffeerd. Het legsel bestaat uit vier tot zes groenachtig tot lichtblauwe eieren die met bruinachtige tot roodbruine vlekjes en stippeltjes getekend zijn. De eieren worden uitsluitend door het wijfje bebroed. Ze staat bekend als een stevige broedvogel die slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld bedreiging door predator) het nest zal verlaten. De jonge koperwiek, geboren na een broedtijd van twee weken, heeft een vleeskleurige huid met een lichte dons. En zoals nogal wat lijsterachtigen bezit het ook grote gele snavelranden. Is de man gedurende de broedtijd een afwezige vogel dan helpt hij vanaf dag één de pop met het grootbrengen van de jongen. Dat moet wel want gedurende de eerste levensdagen hoedt de pop de jongen en wordt van hem verwacht dat hij insecten, allerhande wormen en larven voor de hongerige jongen zoekt. Enkele daden na de geboorte gaat ook het wijfje op zoek naar voedsel. De jonge koperwiek blijft slechts twee weken in het nest. Op dat moment kan het amper, om niet te zeggen niet vliegen, en is het aangewezen zich te verstoppen in de naburige vegetatie waar de ouders het weet te vinden door zijn korte, beschreven, contactgroep. Een kleine maand oud kan de jonge vogel voor zichzelf zorgen. Er zijn doorgaans twee broedsels per jaar.

 

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

One comment

  1. Dit jaar meerdere en van dichterbij gezien..

    Viel nu pas op hoe mooi die eigenlijk wel zijn en niet van de schuwsten..

    Gelukkig nog massaal aanwezig.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *