De grote bonte specht, niet alleen een houthakker

Vanaf december, bij zonnig winterweer althans, begint de grote bonte specht [Dendrocopus major] op de boomstammen/takken te roffelen. Met de snavel wordt op voornamelijk holle stammen/takken geslagen om zo het geluid luider te laten klinken. Het is meer dan een fascinerende vogel die mij niet koud laat.

Roffelen. Het geroffel van de specht wordt door veel mensen verkeerd begrepen. Vaak wordt dit vertaald alsof spechten op die manier, letterlijk, insecten uit de schors slaan. Dit is niet zo. Het geroffel is niets anders dan een communicatiemiddel om ofwel een partner te zoeken of om het territorium af te bakenen. Wie gehoord wil worden haalt zijn voordeel uit holle takken. Bij het roffelen wordt de snavel steevast loodrecht op het ‘instrument’ geplaatst. Maar wist u ook dat het geroffel van soort tot soort zeer uiteenlopend kan zijn. Niet alleen het ritme kan apart genoemd worden maar ook de duur van het slaan en de tussentijd van de slagen kan zeer sterk variëren. Het geroffel van de kleine bonte specht heeft bvb. langere tussenpozen dan dat van de grote bonte specht. En nog, er is bij de grote bonte specht zelfs een verschil tussen het geroffel van de man en het geroffel van de pop omdat de nekwervels van haar, naar verluidt, korter zijn dan die van hem.

Holten. De grote bonte specht heeft ook het vermogen om per jaar, met de snavel, meerdere holten uit te houwen. Spechten in het algemeen hechten veel belang aan de kwaliteit van de holte. Het gebeurt dat de vogel in het eerste jaar niet verder komt dan een voor hem te kleine ruimte maar die kan dan wel al dienst doen voor bvb. kool- of pimpelmees. Tijdens het tweede jaar wordt de holte verder uitgebouwd waardoor ze alsnog voor de specht haar nut kan hebben. Het werktuig dat hiervoor gebruikt wordt is de snavel die als een beitel wordt benuttigd. En wees gerust, de vogel weet maar al te goed waar hij mee bezig is en voelt met een instinctmatige preciesheid de zwakheden in tak of stam aan.

Schokdemper. En hoewel de specht dus een grote sterke snavel heeft, voor echt hard labeur is hij niet te vinden. Er wordt een tak of holte gezocht die binnenin niet zo sterk meer is. De vogel voelt dit instinctmatig aan hoewel er soms van buitenaf niets van te merken valt. Eerst moet er dus door het gezonde hout gehakt worden en dat wordt gedaan door met de snavel zeer krachtig tegen de schors te kloppen. Mocht een mens met een vergelijkbare kracht met het hoofd tegen een boom slaan dan zou hij op zijn minst een zwaar hoofdletsel oplopen. Niet zo voor de specht. De natuur heeft de vogel bediend met vier elementen die een voldoende bescherming bieden. Een onderzoek aan de Berkeley Universiteit in Californië, via een CT-scanner heeft met hulp van onder andere röntgenstraling een driedimensionaal beeld van de kop van de specht gemaakt. Er werden vier belangrijke onderdelen ontdekt die de spechtenkop zijn bijzondere eigenschappen geven. Zo:

  1. De snavel is zeer sterk maar elastisch.
  2. Tussen de snavel en de hersenen van de specht zit een laag poreus bot. Deze koraalachtige laag absorbeert lage frequentie-trillingen, waardoor deze niet doordringen tot de hersenen.
  3. Onder aan de tong van de specht zit een elastische ondersteuning, die doorloopt over de hele schedel. Dit tongbeen verdeelt de klap gelijkmatig over de hele schedel.
  4. Tussen de schedel en de hersenen zit een zeer dunne laag hersenvocht, waardoor er minder trillingen worden doorgegeven van de schedel naar de hersenen.

De vier verschillende mechanismen zorgen er samen voor dat de hersenen van de specht goed beschermd zijn tegen het kloppen.

Nest. Verder is het niet onbelangrijk om weten dat de specht niet constant bezig is met het uithollen van een mogelijke nest. Slechts een paar uur per dag wordt er afwisselend door man en pop getimmerd. Beetje bij beetje wordt de nestholte dieper en dieper tot de specht er volledig in kan. Van dan af aan maakt de vogel vanaf de binnenkant het nest dieper en op tijd en stond worden de spaanders met de snavel verwijderd. Een dergelijke holte wordt altijd weer verraden door de spaanders die rondom de boom liggen. Een normale uitholling van de broedholte duurt gemiddeld drie tot vier weken. Een eigenlijk nest bouwt geen enkele soort. De eieren worden op de bodem gelegd waar hooguit enkele splinters aan te treffen zijn.

Voedsel. Spechten zijn voor een groot stuk aangewezen op allerhande dierlijke eiwitten. Onder meer tussen de boomschors wordt ijverig naar houtkevers gezocht. De vogel weet altijd weer de insecten te vinden en met behulp van de lange snavel, maar soms ook met de lange tong worden de prooien eigenlijk vrij eenvoudig verschalkt. Ook worden insecten vanaf de bladeren opgenomen. Goed om weten is ook dat sommige soorten, onder meer de grote bonte specht, graag diverse fruitsoorten en/of bessen nuttigen. Rijpe aardbeien en kersen worden bvb. graag aangepikt. En voor de winter, wanneer insecten karig worden, worden noten en sparrenzaden verzameld die tussen de boomschors worden gekneld. In barre winterse tijden weet de specht die vruchten moeiteloos terug te vinden. In die periode kunnen ook talrijke spechten gezien worden in de tuinen en parken waar ze wat graag van de aangeboden mezenbollen en/of noten komen eten. Maar weet u ook dat spechten in het voorjaar graag de sappen drinken van de zich ontwikkelende jonge boomloten? Hierbij wordt, alweer met de lange snavel, een gaatje gemaakt in de bast waaruit het sap druppelen kan. En nog, andere vogelsoorten als boomklever, mees, mus en sommige insectensoorten weten die sappen ook te waarderen.

Vliegbeeld. Spechten hebben een golvende vlucht waarbij de vleugels dicht tegen het lichaam worden geslagen en de vogel zich dan gedurende een korte tijd laat voortdrijven.

Poten. Alle spechten hebben een zogenaamde klimpoot die wetenschappelijk ‘zygodactyl’ wordt genoemd. Een dergelijke poot heeft twee tenen vooraan en twee tenen achteraan. Onder meer ook de parkietachtigen hebben een dergelijk opgebouwde poot. Met die pootvorm slagen alle spechten er in om zich behoorlijk aan stammen en takken te kunnen hechten. De stijve staartveren ondersteunen dit.

Man, pop. Het verschil tussen man en pop is bij de grote bonte specht niet uitgesproken maar toch duidelijk aanwezig. De man bezit een rode vlek op het achterhoofd die de pop mist. Andere eigenheden van de vogel zijn:

  • grootte: volgens de ondersoort van 20 tot 26 cm.
  • snavel: groot en stevig, zwart van kleur, waarbij de bovensnavel wat langer is dan de ondersnavel.
  • voorhoofd: smal en wit gekleurd
  • baardstreep: zwart, loopt over de oorstreek tot in de nek.
  • rug: zwart met grote witte schouders.
  • vleugels: lang, zwart gekleurd met regelmatige witte vlekken.
  • staart: zwart met witte randen.

 Territorium. In maart en april valt de grote bonte specht op als een onverdraagzame vogel. Bij het afbakenen van het territorium kan er van een duidelijke agressiviteit gesproken worden tegenover iedere andere vogel. Later, wordt dit beter en keert de vijandigheid zich slechts tegenover soortgenoten.

Balts. De grote bonte specht vormt uitsluitend gedurende de kweektijd een paar. Ervoor en erna leiden beide seksen hun eigen leven. De man hoeft dus ieder jaar weer een wijfje te verleiden. Hierbij wordt door hem de kop naar de pop gekeerd en toont hij letterlijk zijn rode nekkleur. De pop wordt daarna door hem in een spiraalvlucht achtervolgd.

Nest. Een ideale broedkamer voor de grote bonte specht is dertig centimeter diep en vijftien centimeter breed. De pop legt van vier tot acht glanzende witte eieren die door haar alleen worden uitgebroed. De broedtijd, die begint na het leggen van het laatste ei, is dertien dagen.

Warmtepiramide. De jonge spechten worden volledig kaal geboren. De vogeltjes liggen in het nest met de kopjes over elkaar en bouwen aldus, wat wordt genoemd  een ‘warmtepiramide’ op: ze houden elkaar letterlijk warm. Maar gedurende de eerste vijf tot zes levensdagen volstaat dit niet. Eén van de ouders, voornamelijk de pop, hoedt tijdens die tijd de jongen terwijl de andere vogel, meestens de man dus, voor voedsel zorgt.

Insecten, larven, larven. En dat voedsel bestaat louter uit een enorm aantal insecten, rupsen en larven die in het broedgebied worden gezocht. Hoe groter de jongen worden hoe meer ze gaan schreeuwen. Een nest is dus vrij makkelijk te determineren maar moeilijk toegankelijk want het wordt vrij hoog uitgehold. De ouders houden het nest immer netjes, na elke voedselbeurt worden de uitwerpselen meegenomen. De nesttijd is ruim drie weken. De jonge vogels, mannen en poppen, verlaten het nest met een roodgekleurde schedel. Na het uitvliegen worden ze nog twee tot drie weken nagevoed. Er is slechts één broedronde per jaar. De jonge vogels zijn reeds in het eerste levensjaar kweekrijp.

En nog…

  • Het ringen van jonge vogels heeft uitgewezen dat de grote bonte specht een leeftijd bereikt tussen zes en tien jaar. De oudste hervangen vogel was dertien jaar.
  • De grote bonte specht wordt tot de standvogels gerekend en kan dus het volledige jaar door in onze bossen/tuinen/parken waargenomen worden.
  • Tot zijn grootste natuurlijke vijand wordt de sperwer gerekend. Vooral de nog jonge onbeholpen grote bonte spechtjes zijn onmiddellijk na de nestverlating een makkelijke prooi voor deze roofvogel.
 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *