De gouldamadine, bekeken door een Australische bril John Sövegard. Vertaling: Danny Roels.

Niet enkel voor buitenlanders maar ook voor veel Australische liefhebbers is de gouldamadine (Erythrura gouldiae) veruit de mooiste en meest spectaculair getekende en gekleurde vogel. Deze kleine prachtvink bezit een kleurencombinatie die in de vogelwereld zijn gelijke niet kent. De meest voorkomende kopkleur in de wildbaan is zwartkop, hij maakt 75% uit van de nog in Australië levende goulds. De rest zijn roodkoppen, het aantal oranjekoppen is te verwaarlozen.

 

Gewoonten. Aan de schoonheid van deze vogel zal geen zinnig mens twijfelen. En dat is er, helaas, ook de hoofdoorzaak van dat de gould het (nog steeds) erg lastig heeft om in de wildbaan te overleven. De vogel is lange tijd het doelwit geweest van illegale handel, vandaar. Maar er is meer, ook het ongecontroleerd stichten van branden, biotoopvernietiging, predatie enz. hebben de gould geenszins deugd gedaan. De luchtpijpmijt (Sternastoma tracheacolum), die een notoire gastheer vindt in de gould, is nog een medeoorzaak van de reductie van de gould in de wildbaan.

Nest. De gould leeft hier in Australië in kleine kolonies, ook tijdens de broedtijd. Het is de enige onder de Australische prachtvinken die écht een broedholte nodig heeft, een vrijstaand nest is niet aan hem besteed. Beide seksen nemen aan het volledige broedproces deel. Dit houdt in: samen zoeken naar een geschikte nestholte, samen nestelen, afwisselend broeden en tezamen de juveniele vogeltjes grootbrengen. In normale omstandigheden worden twee nesten grootgebracht. In een goed jaar lukken sommige paren erin om driemaal te kweken. Net als bij zoveel andere vogels bouwt ook de gouldamadine het nest waar het benodigde voedsel niet ver van de broedkamer terug te vinden is.

Drinken. In mijn vorige tekst over de zebravink stelden we dat water een belangrijke rol speelt in het leven van ieder levend wezen, dus ook in dat van de gould. De natuurlijke biotoop bestaat in hoofdzaak uit graslanden in the Northern Territory waar zich het fenomeen ‘billabong’ voordoet. ‘Billabong’ is een verzamelnaam voor drassige gebieden die de reputatie hebben dat ze nooit volledig uitdrogen, ook niet in tijdens de hitte van het droge seizoen. Voor vogels uit the Northern Territory ideaal. Tijdens het natte seizoen (The Northern Territory kent geen lente, zomer, herfst of winter maar wel een droog en een nat seizoen) maken de billabongs deel uit van grote ondergelopen gebieden. Het ‘Yellow Water’ gelegen in het overbekende Kakadu National Park is bijvoorbeeld een billabong.

Eten. De gould voedt zich, net als elke andere Australische prachtvink, in hoofdzaak op de grond met afgevallen (gras)zaden. Ook hier wordt gesteld dat de vogel nu en dan kan betrapt worden op het plukken van zaden rechtstreeks van de plant. Kleine insecten worden soms gegeten maar zijn niet doorslaggevend voor de opvoeding van de jongen.

Paarvorming. De gouldamadine is een uitgesproken dimorfistische vogel. Het betekent dat er tussen man en pop duidelijk waarneembare verschillen zijn. Het komt er hier vooral op neer dat de pop slechts een flauw afkooksel is van de kleurenpracht van de man. Door de band is ze ook wat kleiner en zijn haar twee verlengde staartpennen minder lang. Daar komt bij dat de man, zoals dat gaat bij meerdere vinkachtigen, ook zingt. Het gaat niet om een luid naar voor gebrachte zangwijs die vanop grote afstand te horen valt. Zeker niet maar wel is het als zo vaak het begin om de partner te behagen. Het loont ook de moeite om een zingende man te observeren. Zingt hij dan krijgt hij letterlijk andere goulds om zich heen, vaak ook andere (jonge) mannen, die naar het lied luisteren met soms een iets gestrekte nek. Vermoedelijk is dat bij de paarvorming ook andere, visuele, elementen meespelen. Waarom zou anders de man zich altijd groter maken door ieder veertje dat zijn frêle lichaam siert rechtop te plaatsen? Is het niet zo dat de man met de meest mooie paarse borstkleur een streepje voor heeft op de vogel die op dat punt wat minder bedeeld is?

Monogaam. Of de gould een echt monogame soort is als wordt beweerd durf ik niet te onderschrijven. Feit is dat de vogel leeft en kweekt in kleine kolonies, de nesten zijn gewoonlijk in elkaars buurt terug te vinden. Het komt ons voor dat de huwelijkstrouw hier niet altijd geëerbiedigd wordt hoewel ik daar, toegegeven, geen formele bewijzen van bezit.

Broedseizoen. In tegenstelling tot de zebravink, die in meerdere Australische deelstaten leeft, is de gouldamadine slechts terug te vinden in het eerder geciteerde Northern Territory. Er wordt gekweekt tijdens het natte seizoen dat loopt van november tot april. Niet onlogisch, er is nu water en voedsel in overvloed, twee elementen die broodnodig zijn voor de opfok van jonge vogels. Maar daar komt bij dat het er zeer warm kan zijn. Temperaturen tot 33° Celsius en meer zijn niet uitzonderlijk. Bedenk dat de vochtigheidsgraad ook in proportie staat met de temperatuur en hoogten kan bereiken tot 80%. En de lichttijd? Wel die is, wellicht voor de lezer verrassend, vrij kort. De tijd tussen zonsopgang en zonsondergang is allergrootst dertien uur. Maar dat blijkt bevredigend te zijn om én tot kweken over te gaan én de jongen zonder veel poespas groot ge krijgen. Als altijd bij holenbroeders is de kleur van het ei wit. De pop legt om de dag een ei. In de natuur blijkt dat een nest door de band vijf eieren telt. Drie en zes zijn uitzonderlijk. De broedtijd begint na de leg van het voorlaatste ei, meestal is dat het vierde. Dit feit ligt aan de basis van het verhaal dat de broedtijd bij deze vogel start na de leg van het vierde ei. Dit moet met klem worden tegengesproken. Nemen we een extreem voorbeeld van acht eieren, wel dan start de broedtijd na de leg van het zevende ei. Nog een misverstand blijkt de broedtijd te zijn. Die is niet twaalf of dertien of vijftien dagen maar exact veertien dagen

Jongen. In de natuurlijke holte waarin de jonge gould wordt geboren is er weinig of geen licht. Maar moeder natuur zou moeder natuur niet zijn als ze hiervoor niet de nodige aanpassingen heeft gedaan. De pas gekipte gould bezit aan de snavelranden, links en rechts, fluorescerende blauwe tot paarse snavelpapillen die samen met de aparte verhemeltetekening de ouders toelaat om de jongen gesperde snaveltjes foutloos te vinden. Dankzij de overvloed aan voedsel die in de natuurlijke biotoop terug te vinden is groeien de jongen als kool. Na een nesttijd van drie weken wordt het nest verlaten. Door de gemaakte bedelgeluiden vallen de jonge vogels hoorbaar op, het verenkleed waarin ze het nest verlaten is vrij pover. Twee weken na het uitvliegen is de jonge gould in staat om alleen verder te gaan. Gauw hierna zal de jeugdrui beginnen waarbij de kleurloze vogel verandert in een schitterend juweel.

Predatoren. In the Northern Territory leven een groot aantal roofvogels – en dieren. De kleurrijke gould is een opvallend gegeven dat in de smaak valt van menig roofdier maar ook ten prooi valt aan slangen die de vogels en hun kroost ook in het nest aanvallen.  

Levenscyclus

Grootte van het legsel: Gemiddeld vijf eieren.
Start van het broeden: In de wildbaan na het leggen van het vierde ei.
Broedtijd: Precies 14 dagen.
Nesttijd: 18 tot 21 dagen.
Zelfstandig: Rond de 35ste levensdag.
Start rui: Kan al vanaf de vijfde levensweek.
Op kleur: Bij de vierde levensmaand.
Seksueel paraat: Bij het begin van de volgende kweektijd.
De gould staat op de rode lijst van het IUCN.
 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *