Boompieper

Hoewel de boompieper [Anthus trivialis] nauwelijks kleur heeft vinden we het een prachtvogel en dan zeker wanneer hij in zijn natuurlijke habitat kan bewonderd worden. Bijgaande foto’s geven een goed beeld van de vogel waardoor we ons, voor wat de beschrijving betreft, kunnen beperken tot het geven van de meest karakteristieke eigenheden.

Eigenheden.

  • Een bruine bevedering met grijzige veervelden, een duidelijke streeptekening vanaf de keel, over de borst en verder tot in de flanken.
  • Een fijne snavel, wijst naar het voedingsregime van een insecteneter.
  • Een lichtgekleurde wenkbrauwstreep.
  • Buik en onderbuik tonen een vaalwitte kleur.
  • Witte staartranden.
  • Sterke, lange poten met een vrij lange achterteen.
  • Een duidelijke lichtgekleurde vleugeltekening.
  • Grootte: ± 16 centimeter.
  • Man en pop zijn gelijk gekleurd en getekend.

Biotoop. De naam zegt het al, de boompieper komt voor waar bomen staan en dan vooral aan bosranden maar ook in open bosplekken voelt hij zich thuis. Toch kan hij ook gezien worden rond moeras. De boompieper maakt geen onderscheid tussen sparren-, loof- of gemengde bossen. Voor onze regio geldt hij als een zomervogel, in de herfst verkiest hij een trip naar Midden-Afrika. Karakteristiek is ook de mooie zang van de man die haast altijd vanuit een boom begint, waarna de vogel ophoog vliegt om met gespreide vleugels opnieuw te landen op de plaats waar hij vertrok.

Voedsel. Bestaat (haast) uitsluitend uit kleinere insecten die vooral op de grond worden verzameld. Zeer graag worden rupsen van vlinders en larven van sprinkhanen al lopend bejaagd maar ook is deze pieper niet vies van bladluizen, kevers, mieren enz. In het Afrikaanse winterkwartier worden ook termieten genuttigd. Er wordt water gedronken aan bij voorkeur kleine waterplassen maar in de vroege ochtend worden ook dauwdruppels die aan de boombladeren hangen aangesproken.

Voortplanting. Wanneer de mannelijke boompieper eind april als eerste terugkeert in het broedgebied wordt door hem een territorium opgeëist waarin, door middel van zang, een later terugkerende pop wordt gelokt. Het nest wordt uitsluitend door haar op de grond gebouwd en dit tussen hoog opgroeiende kruiden maar ook dichtbij of onder kleinere struiken. Voor de constructie van het nest worden kleine rijstakken gebruikt maar ook gedroogde grassen, dierlijke haren en mossen. Het nest bezit door de band een hoogte van zeven centimeter met een binnendiameter van vijf tot zes centimeter. Zeer eigen aan de eieren is het gegeven dat ze tot de mooiste onder die van de Europese vogels worden gerekend waarbij komt dat elk ei individueel nog kan verschillen in kleur en tekening. Zo worden eieren gezien met een rode, groene of grijze ondergrond met vaak in elkaar lopende vlekken (worden ook ’brandvlekken’ genoemd) of overlappende vlekken. En of dit nog niet genoeg is worden er tussen de vlekken ook nog lijntjes aangetroffen. Maar hoe mooi die eieren ook zijn, ze worden slechts door de pop bebroedt en ze komen uit (indien bevrucht) na een broedtijd van twaalf tot veertien dagen. Een legsel bestaat uit vijf of bij uitzondering uit zes eieren. Tijdens de broedtijd valt de man alleen op door zijn zang. De pop verlaat om de twee uur voor een korte tijd het nest om voedsel te zoeken, zich te ontlasten en zich te verfrissen.  Pas als er jongen zijn neemt de man zijn responsabiliteit binnen het kweekgebeuren op en voedt ook hij de jongen. Het spreekt voor zich dat die uitsluitend met insecten (in al hun ontwikkelingsfasen) worden grootgebracht. Ook hier kan de nesttijd met twaalf tot veertien dagen als zeer kort worden beschouwd. Na de nestverlating houden de jongen zich in de onderbegroeiing op waar ze door de ouders nog gedurende twee weken worden nagevoed. De meeste koppels hebben slechts een nest per jaar, twee wordt eerder als uitzonderlijk bekeken.

Verwante soorten. Naast de boompieper kennen we in ons land onder andere ook nog de graspieper [Anthus pratensis], de duinpieper [Anthus campestris] en de waterpieper [Anthus spinoletta]. Er bestaan ook nog exotische piepers, waardoor er wereldwijd liefst tweeënveertig piepersoorten kunnen geteld worden.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

One comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *