Boerenzwaluw

Het nest van de boerenzwaluw [Hirundo rustica] wordt meestal gebouwd binnen gebouwen. Vroeger gebeurde dit in hoofdzaak in stallen bij boerderijen. De naam verklaart hier inderdaad veel. Op vandaag worden ook nesten aangetroffen onder bruggen. Deze wereldreiziger, hij komt in nogal wat landen/gebieden voor wordt in ons land aanzien als voorbode van de lente. Maar wist u ook dat de boerenzwaluw voor zeelieden een symbolische waarde heeft? Het zien van deze vogel op zee staat garant voor een veilige terugkeer!

Nest. Maar laten we nog effen verder gaan over het nest. Zoals u weet wordt het aangemaakt met vochtige kluitjes aarde die worden samengehouden met speeksel en stro. Voor de binnenkant wordt gekozen voor dierlijke haren en veren. Wie het nest observeert, verbaast zich erover dat het niet valt. Zonder ook maar enige ondersteuning of wat dan ook, blijft die halfronde vorm gewoon hangen. Het nest van de boerenzwaluw is een vernuft, goed doordachte constructie maar daar zijn in de vogelwereld wel meerdere voorbeelden van terug te vinden. Geven we nog mee dat beide geslachten aan het nest bouwen en dat, naar wordt aangenomen, een dergelijk nest bestaat uit meer dan tweeduizend stukjes modder die door middel van speeksel en stro aan elkaar worden geplakt.

Eieren & jongen. De boerenzwaluw brengt in regel per jaar twee nesten groot. Dit gebeurt in een vrij korte tijdspanne en wel van eind mei tot begin augustus. Per nest worden vier tot vijf witglanzende eieren gelegd die mooi versierd zijn met roodbruine stippen en lijntjes. Alleen het wijfje broedt in zowat twee weken de eieren uit. Een jong vogeltje is hier gesierd met grijze dons op vooral kop en rug. De binnenzijde van de snavel is knalgeel, de mondhoeken kleuren wit. Hoeft het te worden vermeld dat de jonge boerenzwaluw uitsluitend met insecten wordt grootgebracht? Man en pop vliegen constant naar het nest op en af, de snavel gevuld met vlieg, mug enzovoort. De grotere jongen kunnen vaak, met de kop uit het nest, schreeuwend gezien en gehoord worden. Na een nesttijd van om en bij de drie weken houden ze de nesttijd voor bekeken en trekken ze de wijde wereld in. Soms wordt er naar het nest teruggekeerd om er te rusten. De jonge boerenzwaluw is een pienter vogeltje, het wordt nog gedurende twee weken nagevoed want meer tijd is er voor de ouders niet nodig om de juveniele vogeltjes zelf op insecten te leren jagen.

Trekvogel. Het werd hiervoor al even aangestipt: de boerenzwaluw bezit een groot verspreidingsgebied. Onder andere wordt hij gezien in grote delen van Noord-Amerika, Europa, Azië, Afrika en zelfs in Noord-Australië. De wetenschap heeft acht ondersoorten beschreven. Maar waar de boerenzwaluw ook leeft altijd wordt vermeld dat het om een trekvogel gaat. Specifiek voor ons land betekent dit dat hij hier slechts vier, hooguit vijf maand verblijft en de rest van zijn tijd in het warme Afrika doorbrengt. Half maart is zowat de tijd dat hier de eerste boerenzwaluwen opnieuw kunnen gezien worden. Bijzonder opvallend, naast de sierlijke jachtvlucht, blijft het opgewekt gekwetter. De najaarstrek richting Afrika wordt hier het felst gezien in september. Honderden en zelfs meer vogels komen samen om dan om gezamenlijk de lange reis, ± 10000 kilometer, richting Afrika te maken. Een prima hulpmiddel hierbij zijn de lange goed ontwikkelde vleugels.

Biotoop. In een bos gaat u de boerenzwaluw niet aantreffen. Het is een vogel die houdt van open ruimten in een landelijke omgeving waar hij ongehinderd kan jagen op al wat vliegt en, uiteraard niet te groot is, voor zijn wijd geopende snavel. Toeft daarom graag in de nabijheid van weiden, hoeven, landerijen, stallen … waar insecten makkelijk te vangen zijn. Ook bij vijvers, rivieren, kanalen … waar muggen zich graag verzamelen wordt hij vaak opgemerkt.

Eigenheden. De boerenzwaluw is een prachtvogel. De bovenkant kleurt zwart maar in het zonlicht weerkaatst een blauwe metallieke glans. Karakteristiek is de roodbruine kleur op het voorhoofd, kin en keel. Er is een blauwzwarte borstband maar de onderzijde kleurt wit. Eigen, en meteen kenmerkend, blijft hier de lange en gevorkte staat met aan de buitenkant hiervan lange uitstekende buitenste pennen. Mede hierdoor heeft de boerenzwaluw de niet onaardige grootte van 17 tot 19 centimeter. De snavel kleurt zwart. De fijne en korte pootjes evenzeer. Het verschil tussen man en pop is vrij subtiel en moet gezocht worden in de lengte van de buitenste staartpennen. Die zijn immers bij het volwassen wijfje merkelijk korter dan bij de man.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2021 Danny Roels

One comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *