Gierparelhoen

Afrika kent een zeker aantal hoenderachtigen die ook in Europa gehouden worden. Parelhoenders (Numididae) bijvoorbeeld (horend tot de fazantachtigen) worden hier in hoofdzaak gehouden voor het vlees maar wij zien de vogel liever als een natuurlijke schoonheid. ‘Parel’ in de naam moet hier in de letterlijke betekenis gezien worden. Rug, vleugels, flanken en stuit tonen een grijze kleur doorspekt met een witte pareltekening. De blauwe nek, bovenrug en borst zijn gesierd met een witte lengtetekening. De blauwe kop toont in de nek een rosbruine tint. Ook het oog valt op, dit door zijn roodbruine kleur. Loopvogels hebben sterk ontwikkelde poten en dat is ook hier goed te zien. Opstaand meet het gierparelhoen tot 70 centimeter dit met een gewicht van ruim anderhalve kilogram. In verhouding tot het lichaam heeft deze vogel een toch wel bijzonder kleine kop.

Biotoop. Het gierparelhoen (Acryllium vulturinum) leeft in Oost-Afrika, meer in het bijzonder in Ethiopië, Somalië, Tanzania en enkele andere landen waar hij voorkomt in steppegebieden. Een steppegebied is een quasi boomloos landschap met veel grassen. En die grassen vormen dan ook het hoofdvoedsel hoewel hij ook bessen, zaden, insecten en kleine gewervelde dieren eet. Met de krachtige poten wordt er in de grond gescharreld om daar aanwezige insecten te bemachtigen. Steppegebieden kunnen vrij droog en heet zijn, precies daarom zijn naar voedselzoekende gierparelhoenders het vaakst in de vroege ochtend en bij valavond te zien. Apart is ook dat vocht opgenomen uit het voedsel volstaat om verder te kunnen. Buiten de broedtijd wordt er in groepsverband geleefd. Benden van twintig tot vijfentwintig vogels kunnen dan opgemerkt worden. Weet ook dat de vogel lang niet stil is. Zijn typische roep wordt over grote afstanden gehoord en dat is niet zonder gevaar want hij verraadt zijn aanwezigheid tegenover predatoren als grotere roofvogels maar ook tegenover apen die het vooral op de eieren gemunt hebben maar ook kuikens en halfwassen vogels bejagen. Bij gevaar blijkt het te gaan om een snellopende vogel maar ook kan er over redelijke afstanden gevlogen worden. Man en pop zijn gelijk gekleurd en getekend, maar naar wordt aangenomen is de hen wat kleiner dan de haan. Maar wie tijd heeft om de hoenders geduldig te observeren zal zien dat de meest agressieve vogels ook doorgaans de hanen zijn waarbij komt dat zijn lichaamstaal ook boekdelen spreekt. De haan heft bij het lopen in de meeste gevallen de vleugels wat op zodat hij groter lijkt dan hij is, een hen doet dit niet.

Broed. Tijdens het tweede levensjaar wordt het gierparelhoen kweekrijp. De groepen vallen uit elkaar wat hier betekent dat de koppels zich afzonderen en de niet gepaarde en niet broedrijpe vogels bij elkaar blijven. De broedtijd start na de regenval wanneer het water planten en grassen rijkelijk laat groeien. De natuurlijke broedtijd start in juni. De haan baltst niet onaardig en doet dit met opengesperde vleugels in de hoop een hen te verleiden. Het nest wordt in open landschap gemaakt maar veel moeten we er ons hier niet bij voorstellen. De hen legt op platgedrukt gras van vier tot acht crèmekleurige eieren die in een tijdspanne van vier weken worden uitgebroed. Parelhoenders, alle soorten, zijn nestvlieders. De jonge vogels zoeken bescherming onder de vleugels van hen en haan die de kuikens gedurende de eerste levensdagen voedsel aanreiken. Bij de geboorte bezitten de kuikens een geelachtige dons in combinatie met een bruine lichaamskleur. Het zijn bijzonder snelgroeiende vogels, nauwelijks twee weken oud zijn de vleugels bepluimd en op de leeftijd van zes weken verschijnen de blauwe veervelden op de borst. Maar dan stokt het want pas volledig bevederd is dit gierparelhoen rond de twaalfde levensmaand. In Afrika is er één kweekronde per jaar.

Avicultuur. Naar wordt beweerd zouden parelhoenders in het algemeen al heel lang in avicultuur gehouden worden. Het laat zich raden dat dit in hoofdzaak gebeurt voor het vlees. Wie deze vogel wil verzorgen moet er rekening meehouden dat de vogel een ruim beloop nodig heeft, zijn levendigheid vereist dit. Komt erbij dat het lang niet de meest eenvoudige vogel is, hij kan echt schrikken en hierbij een vrij irriterend kabaal maken wat in woonwijken niet altijd op applaus wordt onthaald. In avicultuur bestaat de voeding uit een siervogelkorrel, granen, groenvoer en insecten. Net als in de natuur zal er in avicultuur gejaagd worden op kleine gewervelde dieren. Een muis die bij het gierparelhoen een graantje wil meepikken riskeert altijd weer het leven. Komen we nog even terug op de siervogelkorrel. Die korrel bevat minder calcium en fosfor dan wat er in het kippenvoer terug te vinden is en dat wordt in hoofdzaak toegeschreven aan het feit dat de noden hieraan bij het parelhoen kleiner is omdat de hen, in vergelijk met de kip, lang niet zoveel eieren produceert. In avicultuur is het een noodzaak om het drinkwater dagelijks te vervangen en het aan te bieden in een propere drinkschaal. Het zonlicht maakt het water groen, het gaat gisten en is absoluut ondrinkbaar! Niet overtuigd? Ruik er eens aan! We gaan ook nooit meer voedsel verstrekken dan nodig. Het voorkomt dat voedsel ranzig wordt. En nog, plaats nooit voedsel op zonrijke plaatsen.

Natuurbroed. Lijkt niet zo eenvoudig te zijn als wat algemeen wordt beweerd. Feit is dat de meeste gierparelhoenders worden gekweekt via de broedmachine. Wie natuurbroed nastreeft zorgt ervoor dat er maar één haan tussen de hennen aanwezig is. Twee hanen op het erf, inderdaad miserie. De hen staat ook niet meteen bekend als de meest betrouwbare broedvogel. Bij de minste storing wordt het nest verlaten. In avicultuur wordt naast de broedmachine een broedse kip gebruikt als pleegouder. Dit is een goede manier om aan jonge gierparelhoenders te komen.

 
Digiprove sealThis content has been Digiproved © 2022 Danny Roels

One comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.